Waarom toch steeds verder kijken? Waarom altijd weer een andere deur openen en voor de zoveelste maal op de tocht gaan staan? Waar komt toch dat geloof vandaan, dat het gras aan de andere kant van de heuvel groener is? Hoort dat bij geloven, Exodus, opstanding? Van mij kwamen de one-liners als “beter verwarring dan verstarring”, “Goh is de moeder van God” en ook “optimist tot in de kist”. Maar soms denk ik: “Hou die grote klep van Pandora nou eens dicht..”.

Drie dingen verwarren momenteel mijn ziel.

capekHet Beste Boek dat ik afgelopen jaar gelezen heb, was: “Een doodgewoon leven”. Het is tachtig jaar geleden geschreven door de Tsjech Karel Čapek. Een spoorwegbeambte (man op een kruising van wegen!) maakt aan het eind van zijn leven de balans op. Daarbij blijkt gaandeweg dat niets zo eenvoudig is, als het op het eerste gezicht leek. Na een negentig pagina’s fraai geschreven autobiografie, sluipt een adder onder het gras: de goede man had zichzelf beschreven met andermans ogen. Hij had zijn leven lang geprobeerd te behagen, ook in zijn autobiografie. En nu vond hij zichzelf laf. Want er was meer; weggestopt, afgesloten, verdrongen. De rest van het boek bestaat uit verwarring.

Wie ben ik? Hoe ben ik geworden die ik ben? Een toevallige samenloop van omstandigheden, waar ik uit lijfsbehoud het beste van tracht te maken? Had ik wel een ziel? Heb ik wel één ziel?

Is er wel iets “doodgewoon”?

Aan het eind van het boek(jaar) blijf je met grote thema’s achter: De hoofdpersoon, en ik.

Nu, een paar maanden later, ben ik er nog steeds ondersteboven van dat  wijze boek van Capek.

Toen kwam 10 mei 2012: De interreligieuze ontmoeting in Lunteren. Het was makkelijker geweest om traditionele vertegenwoordigers van de vijf wereldgodsdiensten bij elkaar te brengen; om dan vervolgens beleefd met elkaar te keuvelen over de schoonheid van de wederzijdse tradities.

Waarom heb ik nu net zoekers uitgenodigd - en niet mensen die HET gevonden hebben en trouw gebleven zijn? Waarom niet mensen met alles netjes op een rijtje?

De balans opmakend: zeventig mensen in de zaal, eerlijke gesprekken, zoeken naar woorden.

Was het een “mooie avond”? Nee. De avond was niet mooi; de avond was intens. Veel mensen bleven na afloop met meer verwarring zitten dan ze tevoren hadden, en dat gold ook voor ons vijf forumleden.  Alweer: Rara, wie ben ik? Hoe ben ik geworden die ik ben? Een toevallige samenloop van omstandigheden waar ik uit lijfsbehoud het beste van tracht te maken?

Ook met deze avond werd een doos van Pandora geopend.

De Griekse mythologie schonk ons het meisje Pandora (haar naam betekent: alles gegeven). Ze was besteld door Zeus als straf voor het door mensen stelen van vuur. Zeus’ doel was, om de mensen definitief rusteloospandora2 te maken. Toen het mooiste meisje klaar was,  gaf elk van de Goden haar hun beste eigenschap mee. Zo werd Pandora niet alleen de mooiste, maar ook de slimste, sterkste, rijkste, dapperste – en de nieuwsgierigste. Om haar in schijn een lang en gelukkig leven te bezorgen schonken de Goden haar daar nog bovenop dat vermaledijde kistje, dat ze voor haar eigen veiligheid nooit open mocht maken. Alle  ellende van de wereld zat er goed in opgesloten.

pandora1Lang ging het goed; totdat in een onbewaakt ogenblik Pandora’s nieuwsgierigheid sterker bleek dan haar wijsheid en moraal. Ze opende haar box.

En honger, hebzucht en haat waaiden, voortaan onbeheersbaar, onze wereld binnen.

Met een klap sloot ze het doosje, en zo behielden we slechts één eigenschap:

De Hoop. Die bleef op de bodem zitten en vloog nooit bij ons vandaan (hoop bestond dus niet in de mythische wereld zonder vragen; in het paradijs is geen hoop).

 

Dit verhaal lijkt als twee druppels water op dat verhaal van de appel (…appèl).

De wijzen die deze verhalen optekenden, bezaten een diep inzicht in de menselijke natuur. Want ze wisten dat  ouders, heilige boeken nog zo mogen waarschuwen om toch en vooral binnen de perken, parken of paradijzen te blijven: onze nieuwsgierigheid is sterker. Icarus, Prometheus, Boeddha, Krishna, Mohammed, Adam en Eva:

het is altijd de adder onder het gras, die ons wereldwijs gemaakt heeft.

appelVrijheid is een groot goed, maar je betaalt het duur: met onzekerheid.

Ga je op reis, dan kom je op de tocht… Blijf je veilig binnen de lijntjes, dan..?

Ja, en dan. En dat is het derde (en vast niet het laatste) wat me verwart.

Ik hoor dat modern genetisch onderzoek uitwijst, dat planten (en niet alleen planten) die afgezonderd worden van kruisbestuiving; die geisoleerd en van vreemde smetten vrij opgroeien - tenslotte (hopeloos!) hun levenskracht verliezen, en uitsterven. Dezelfde experimenten zijn gedaan op fruitvliegjes en vissen.

In het Genesis-verhaal staat dat God alle dieren en planten schiep naar hun eigen aard, en dat het goed was. Bij de mens staat dat niet: wij zijn gemaakt naar Gods beeld en kunnen dus nooit zeggen: “Ik ben nou eenmaal zo”. Want wie we zijn, we weten het (nog) niet.

Uitdaging, avontuur, onzekerheid – en dus hoop - is nodig om te overleven en sterker te worden.

Tochtgenoten – tochtgenieters..?

Maar houdt het dan nooit op?

 

 

opslaanZoon Jop tennist tamelijk goed, en zijn grote voorbeeld is “De Zwitser”, Roger Federer. Dat idool is hij voor meer mensen en afgelopen zaterdag was de kans hem live te zien, in Rotterdam tegen Davydenko. Ahoy was uitverkocht en het leek warempel wel een thuiswedstrijd! Leek Davydenko  aanvankelijk nog te winnen (6–4, 3-1 vóór in de tweede), Federer gaf het niet op. Het publiek gaf hem het voordeel van de twijfel. Tenslotte won Federer; enthousiast door ons allemaal geloofd en toegejuichd, in drie sets.  

Een oud cathechisant van me (nog steeds problemen met dat woord) is tegenwoordig directeur van AHOY. Via haar kregen we (tegen betaling, natuurlijk) onze kans en kaart. Toen ik haar leerde kennen was ze zeventien en verlegen; nu zijn we twintig jaar verder en heeft ze het gemaakt. Ze zag er stralend uit, toen ik haar herinnerde aan vroeger: “Ja, maar ik had zoiets kennelijk toen toch al in me..!”. Een stille kracht.. “Ik wist niet dat ik het in mij had”, heet een bundel van Bommel.

 Wat hebben we dan in ons? Welke onvermoede krachten huizen er in onze borst, behalve die we kennen? Ik bijvoorbeeld heb een religieus talent of handicap. Het zit me vaak in de weg. Ik heb altijd tegen mensen opgezien, of het nu ouders of klasgenoten, musici of gemeenteleden betrof. Misschien dat ik daarom vroeger wel zo graag in bomen klom – dan leken de mensen wat kleiner. En als kind tekende ik koppoters: lange benen, hoge tafels. Voor mij geen overzicht, geen plattegrond. Ik blijf me verwonderen en de engel zien in een bengel. Fraai gezegd: een religieuze natuur bekijkt mensen door de ogen van God. Daar is ieder eenmalig, heilig, bijzonder. Schepsel van de Eeuwige. Gezien vanuit de Eeuwigheid is ieder mens is gelijkwaardig en je mag op niemand neerkijken. Elk schepsel krijgt het voordeel van de twijfel. Oordelen gaat de religieuze natuur minder goed af dan mensen die geen last hebben van een dergelijk handicap. Mensen als ik zullen het slecht doen in de zakenwereld.

Ik kan dus wel zeggen dat ik geluk gehad heb om in een kerkje terecht te komen. Inderdaad, een dergelijke visie heeft ook voordelen. Ik geniet van ieder lelijk jong eendje die de zwaan in zich heeft  ont-dekt en ont-wikkeld. “In de hemel zijn we allemaal even jong en mooi”, werd me vroeger wijs gemaakt. Ergens maakt dit het verschil uit tussen “vloek” en “zegen”: een zegen maakt iemand groter dan hij of zij zichzelf beschouwt. Je gaat rechtop staan om de zegen te ontvangen. Zegenende ogen zien het licht onder de korenmaat, versieren, maken groot; vloekende blikken vernederen.

Zegenen of vloeken; het verschil tussen bezielen en zielig maken. Sportclubs winnen door hun thuispubliek en zo won Federer (mede) door ons geloof in hem; kinderen groeien van zegenende handen. 

Nu nog in je eigen heiligheid en eigen wijsheid geloven. Nu nog leren anderen barmhartig de waarheid te zeggen. De tennisser Jop bijvoorbeeld vond het lang sneu zijn tegenstanders te verslaan. Nee – dan Federer! In Rotterdam vertelde de directeur me wat voor een prachtige persoonlijkheid Federer is: “Hij doet heel normaal, en maakt met iedereen een praatje (“heel anders dan sommige popfiguren hier wel eens doen”). Een echte ster verlicht ook anderen.

Ik vind het fascinerend om te zien hoe Jezus dat deed. De mannen en vrouwen en kinderen in zijn buurt werden groter van zijn aanwezigheid. Hij bezat een zegenende persoonlijkheid. Ik heb het al eens eerder gezegd en zal het hier nog eens herhalen: dat vissers, door hem geinspireerd, een voor hen vreemde taal geleerd hebben en met gevaar voor eigen leven Jezus’ religieuze visie wilden doorvertellen: dat is voor mij welhaast een godsbewijs. Dat je, door je door iemand te laten inspireren, helemaal niet kleiner hoeft te worden - maar juist groeien kan. De stille kracht. Groter worden dan je bent. Of liever: worden, wie je bent.

federer slaat opWe hadden in het Ahoy een telelens mee genomen. Dan komt de Zwitser wel heel fraai dichtbij. We hebben hem gezien en op de gevoelige plaat gezet, we kunnen het bewijzen: kijk maar.

En nu heb ik ook nog een verhaal genaamd “Federer” geschreven. Federer on serve!

“Opslaan Federer”, stelt mijn PC voor? Opslaan, ja.

 

Naar Sir Stanley Spencer in de Kunsthal Rotterdam geweest. Zag bij thuiskomst dat mijn lezing over die goede man niet meer op deze site te vinden was..!

Daarom hier de klik - gaat dat zien - en op deze "oude" pagina (2007 eerste lezing over Spencer) staat nog meer behartenswaardigs over deze onvergetelijke man. Ik wil nog wel eens een lezing over hem geven - of, bij voldoende belangstelling, een rondleiding geven.

 

1940 zelfportret

 

Dan: zoon Coen en ik hielden zondag 25 september eenmalig een Sprang hoorcollege over de Zin in Pop:  de Youtubeclip kun je klikken.

klik voor de recensie in De Gelderlander.

 

Zin in Pop Velp

 

donaldZeven was ik, en keek verbijsterd op van boven mijn Donald Duck.

In een van zijn eeuwige avonturen lijdt hij met zijn neefjes weer eens schipbreuk. Maar dan botst het wrakhout, waarop ze zich in leven trachten te houden, tegen een onbewoond en op geen enkele kaart voorkomend eilandje. Donald grijpt een puntige stok met een lap. Maar op het moment dat hij die in het eiland wil poten, duikt dat woest onder: het bleek een walvis.

“Wie ben ik?” vroeg iets in me. 

Nog zo’n voorbeeld. Deze vakantie las ik het boek van Orlando Figes: Natasja’s Dans. Het boek is een fascinerende zoektocht naar Russische identiteit. Die blijkt, na zorgvuldig historisch onderzoek, eerder een daad van de wil, een aanname of een geloof, dan dat die ziel zich in een bestaan in natura mag verheugen. Figes prikt, en het verlangde ontsnapt.

Beide parabels komen van pas in de legende die ik hier vertellen wil over het droomeiland. Dat dromeland heeft namelijk door de tijden heen veel verschillende namen gehad en plaatsen gekend: God, Nederland en Oranje; Ziel, Kerk, Hollandse Identiteit. Theologen, exegeten, filosofen en politici hebben er dikke boeken en harde oneliners aan gewijd. 

Bij nadere betrachting - dus wanneer je er bijvoorbeeld een claim in wilt poten – blijkt het eiland een wallevis, dan wel een amalgaam van weer andere stukken drijfzand. Die walvis zal je uitspuwen – op het volgende drijfzand.

 

Wie ik in wezen ben: ik weet het nog steeds niet. Het is een open vraag: een vraag die mij opent. Ik lijk wel een Hollander, ik lijk wel een Christen. Ik lijk op mijn vader, ik lijk op mijn moeder. Zij vertellen me dat ik trekjes van hun ouders vertoon. Ik ben ook nog in mijn verleden gaan duiken en ontdekte tot mijn verwondering een aantal dominees, een aantal generaties terug. Alsof ik een cirkel tracht te maken door de hoeken van een vierkant af te snijden. Laat mij dus altublieft verder zoeken: al valt het niet mee met onzekerheid te leven.

Het is algemeen wenselijk om paal en perk (wet en kerk) te stellen, algemeen menselijk om namen te geven. Tot onze troost en illusie kan het hele generaties lang duren voordat een dergelijke walvis onderduikt. Zo is ons een vaste rots van ons behoud ingezongen. En door meer en meer drijfzand te storten, kun je je droom van vastigheid verstevigen; alsof waarheid democratisch is.

 

Neem dat woord “kerk”, waar sommigen van ons NPB’ers met afschuw naar kijken. Het komt van “kuriake”: van de Heer. Ik weet niet of het een HEER, een Dame of een Iets is, of het diepste en mooiste dat ons bezielt. Het woord is van alles gaan betekenen – tot het gebouwtje toe. Zo gaat dat met woorden! Het woord “liturgie” bij voorbeeld, stamt uit de tijd dat de keizer zich verplichtte brood & spelen voor zijn onderdanen te verschaffen: de dienst van de keizer aan het volk. Dat was nog eens een liturgie! Een aantal eeuwen later was het de dienst van God aan de mens (vandaar Gods dienst): het misoffer. In het Oosten geldt die betekenis nog steeds, maar bij ons duidt het op het papieren program of menu van een (gaan we weer) kerkdienst. Nou, en? Waarom zouden we ons taalgebruik laten afhangen van de grote broer? Waarom niet tegemoetkomen aan archetypsche gevoelens van medemensen (dominee, kerk, liturgie). Als koningin Beatrix haar verjaardag naar  koninginnendag verplaatst heeft en Jezus de zijne naar Kerst – waarom zouden wij dan wel zo letterlijk willen wezen?  

 

Vrijzinnigheid weet van drijfzand, en erkent en bewondert het verlangen in alle religies. Nietzsche vroeg zich af wat de reden van zijn zoeken was. Zoeken is bij de prijs van dit fantastisch bestaan inbegrepen. Sterker nog: het houdt je gaande, groeiend, spannend: menselijk. Als er dan iets van waarheid zou zijn, dan huist die in de evolutie van dat proces. Heeft de wind een vader? Heeft de tocht een begin, en een einde? Een alfa en een omega?

En of er een stormvrije zône, een droom eiland bestaat: de tijd zal het leren.

Zonder zoeken vind je er niets van, en heb je geen recht van preken. 

kriklogo

 

Ds. Ivo de Jong
Pastoriedijk 198 
3195 HK Pernis

telefoon: 010-8415105
mobiel: 06-53 455 966
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.