De afspeellijst van Ivo de Jong

Als voorganger (maar ook als vriend) vraag ik mensen welke drie nummers ze bij hun uitvaart zouden willen laten horen. Maar omdat dit afscheid er niet voor jou is, komen we tot de slotsom dat er beter muziek moet klinken die vrienden en kleinkinderen troost.

Daarom is het verzoek van Open Deur naar mijn persoonlijke nummers een gouden vraag. Gelukkig mochten het er tien zijn. Billen bloot dus, van mijn soul!

Ik ben mezelf geworden met muziek.

Mijn opa was korpschef van het Leger des Heils Leeuwarden. Mijn eigen vader speelde er trompet totdat hij er - de brede weg! - dixieland mee ging doen; pa speelde zo’n beetje alles waar muziek uit kwam. Opa Klaas troonde mij, totdat hij werd Bevorderd tot Heerlijkheid, mee naar het corps Leeuwarden. Van opa kregen we een dik singletje met Crimond, gespeeld door een fantastische brassband. Pas dertig jaar later besefte ik dat het de Engelse versie van psalm 23 is.

Goddank, deze melodie heeft het nieuwe liedboek nu dan wel gehaald (eerste waar ik naar zocht). Reeds in de box liet ik me er door troosten. Het plaatje is stuk gegaan (wij kinderen meenden dat het een soort frisbee was), maar het hoesje heb ik ingelijst.

Toen ik de muziek later via Napster van iemand uit Canada terug kreeg, zat ik in het holst van mijn nacht, met tranen op de wangen en een aansteker in de lucht achter mijn PC. Het was het eerste nummer waar ik wezenlijk naar zocht.

Acht ben ik en krijg op zondag een kwartje mee voor zondagsschool, soms ook voor een doordeweeks ijsje. Maar steevast verdwijnt het illegaal in de jukebox van Lunchroom Resto. Helemaal alleen, ongelooflijk gelukkig, onderga ik het wonder: kwartje, knop F7 of E5 en dan! Het fascinerende mechaniek. Twee kwartjes, vijf nummers: Mexican Whistler van Roger Whittaker; Il Silenzio met die trompet; Elizabethan Serenade, Rocco Granata – Buena Notte Bambino.

ivo fluitfoto oud 2Voor dit artikel kies ik het vierde nummer (G3 was dat): Louis Prima, Buena Sera Signorina, vanwege die magische saxsolo. Dankzij dat nummer ben ik later tenor gaan spelen en heb ik twintig jaar R&R gemaakt (meer daarover later). Misschien was die sax wel mijn eerste ervaring met – seks.  

                       

Tien ben ik en de tandarts had een aantal kiezen moeten trekken. Ik lig als een wanhoopje op de bank en vraag mijn moeder om een plaat op te zetten: Aurèle Nicolet fluit Mozart en Von Glück. Ik moet er nog heviger van huilen en weet: Ik wil fluit gaan spelen.

Dat doe ik 47 jaar later nog, elke dag, elke dienst. Ik kan niet zonder. Via mijn fluit ontdek ik hoe ik me voel. Mijn fluit spreekt aan op plekken waar geen woorden voor zijn.

Zestien jaar. Het is november, eerste sneeuw valt, die dinsdag hol ik naar mijn kamer, zet de transistor aan, mono cassette recorder (twee knoppen inhouden; neemt op via ingebouwde microfoon). De volgende week gaat hij vanuit het niets naar 1. Maar de primeur, ik was er bij:

Oh Well, Fleetwood Mac. Het nummer treft me diep onder mijn kippenvel en is daar blijven wonen. Altijd als ik het hoor, bij voorbeeld via de autoradio: ik stop in de berm en krijg de neiging te salueren.

Drieëntwintig ben ik als ik ergens iets lees over ene Springsteen. Ik ben een van de eersten die “Born to Run” koopt. Er staan twee nummers op die ik nog steeds hartstochtelijk meezing: Thunder Road en Jungleland. Wat vreselijk dat Clarence Clemons is overleden, want die saxsolo op Jungleland – man, dat is de waarheid, la condition humaine. Eens zag ik (zwart op wit) Billie Holiday in trance naar een saxsolo staren, waarna ze zei : “The Gospel truth, man..”.Ik heb het vier keer live mee gemaakt: de slip van zijn mantel. Iedere keer ging ik uit mijn dak, de hemel in.

Vijfentwintig: film, Tarkovsky: Solaris. Soundtrack: Bach, Ich ruf’ zu Dir. Wezenlijk diezelfde ervaring als bij al die andere muziek die ik me hier her-inner. De gevoeligste snaar, de dragende melodie van mijn leven, thuiskomen in de melancholie. Ja: dit nummer is voor eeuwig voor mijn uitvaart.

Van 25 tot 40 speel ik per tenorsax Rock & Roll in verschillende bands. Stijl: Mink Deville’s “Coup de Grace”. We doen een stuk of vijf van zijn nummers. Bonnie, onze zanger met zijn Love & Emotion. Nescio momenten (“Jongens waren we, maar aardige jongens”).

Bonnie heeft een eind aan zijn leven gemaakt, ik mis hem nog wekelijks. Mink (Willy) is ook al overleden en ik heb er een nacht van gehuild.

Maar hoor ik die nummers: dan veer, en sta ik altijd weer op. En zij ook.    

En dan dat andere nummer voor mijn afscheid: Every Grain of Sand, van Bob Dylan (“Shot of Love”). De “Silver Saxophone”, de gouden gitaar, de zwarte stemmen; de tekst zo diepzinnig dat ik hem nog steeds niet bevatten kan. Hierin woon ik.

Bij sollicitaties zou ik slechts dit nummer willen sturen. Vinden ze het niets, dan kan het niks worden daar. Ik kan het –tig keer achter elkaar opzetten, ik vind het nog altijd even echt.

In 1989 ben ik voor het eerst voor langere tijd in Rusland. Winter in (toen nog) Stalingrad; ik heb voor een prikkie een peperduur kaartje gekocht en weet geen eens wat speelt. Zo kom ik in mijn kloffie midden tussen keurige Russen terecht bij de 10e symfonie van Shostakovich. Had ik niet middenin gezeten dan was ik meteen weg gelopen.

Goddank moest ik blijven zitten – tot het me daagde: een eeuwig durend ik-ogenblik. De volgende dag ben ik naar zijn graf gegaan.

Geen mensenleven is harmonie, het is nooit allemaal majeur, loopt ook niet goed af, en is niet te vatten. Deze muziek begrijpt mij en heb toen & daar afscheid genomen van kloppende filosofieën.

Elke keer dat ik een afscheidsdienst mag voorbereiden (en dat zijn er toch al tweehonderd geweest?) zet ik de Tiende op met zijn contrabassen.

Van ’93 tot ’95 ben ik de wereld rondgezworven met drie cassettebandjes: Canto Ostinato (Simeon ten Holt), en The Köln Concert (Keith Jarrett). Het is muziek die ik begin tachtiger jaren voor het eerst hoorde tijdens het vrijen. Als ik eenzaam was onderweg, als ik werd bestolen; als ik schrijven moest (toen voor Trouw): deze muziek begeleidt mijn reis als mantra en blijf ik eeuwig dankbaar.

Muziek die me draagt - tot ik zelf tot muziek word verheven.

Ivo de Jong (1956), is muzikant en voorganger voor de vrijzinnigen in Velp en Lunteren.

Ik heb de muziek op een afspeellijst op Youtube gezet:

Crimond – Leger des Heils

Buena Sera – Louis Prima

Regen Seliger Geister – C. W. von Glűck

Oh Well – Fleedwood Mac

Jungleland – Bruce Springsteen

Love and Emotion – Mink DeVille

Ich ruf zu Dir – J.S. Bach

Every Grain of Sand – Bob Dylan

Shostakovich – 10e symfonie

Canto Ostinato – Simeon ten Holt

De youtubefilms van deze afspeellijst kun je vinden op: http://bit.ly/1b9ocHc

Artikel voor Open Deur september 2013

kriklogo

 

Ds. Ivo de Jong
Pastoriedijk 198 
3195 HK Pernis

telefoon: 010-8415105
mobiel: 06-53 455 966
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.