“Ginkyo”, noemde meneer De Haas hem. En mijn eigenwijze leraar biologie had gelijk, ook al heeft hij het van een foute democratie verloren: De “Y” in de fonetisch geschreven naam (gin – zilver, kyo – abrikoos) is door de Engelbert Kaempfer, rond 1700 de importeur voor Europa, per ongeluk geschreven als een “G”. Dat wist Gerard Horreüs de Haas. Mijn eerste uur biologie was 1969. Wij, de 13-jarigen, zaten er binnen klaar voor. Een tanige man in een corduroybroek kwam het lokaal in en nodigde ons uit om naar buiten te komen. Daar zagen we Hem. “Een Chinees Japanse kloosterboom,”, legde meneer De Haas uit: “staat meestal alleen, net als een monnik. Kijk naar het blad, er is er geen blad als dat van de Ginkyo. Biloba; tweelobbig. Geen naaldboom, geen loofboom. De oudst overlevende boom op aarde. Bloeide al tijdens de dinosauriërs, 250 miljoen jaar geleden. Kijk, de boom is het bewijs dat als je eenzaam bent, je mooi, oud en sterk kunt blijven”.    

Het was zijn laatste jaar als leraar; mijn eerste als leerling op het Gymnasium Celeanum. Ik kwam uit Nunspeet, de rest van de klas van dichterbij. Zij kenden elkaar. Ik was te jong en was inderdaad eenzaam, zonder daar de woorden voor te kennen. Dat “eenzaam en sterk” begreep ik toen dus nog niet. Het symbool drong later tot me door. Toen was De Haas al overleden (1988, hij is 85 geworden) en werd ik dominee, net als De Haas zijn al even flamboyante vader Gerardus. Ook dat drong pas later tot mij door, toen ik boeken van de Zwolse dominee ging lezen. Zijn zoon, mijn leraar, had vaders charisma en een onweerstaanbare zendingsdrang.

 

De Ginkgo heeft een boodschap.

Sommige gebeurtenissen in je leven komen binnen als zaad, en komen pas veel later tot begrip en tot wasdom. Dus op de laatste dag van augustus parkeerde ik mijn auto voor mijn oude school en bracht ik een bezoek aan de oude boom. Hij stond voor het muzieklokaal en een verdieping hoger voor biologie. Mijn lievelingsvakken. Ik droomde vaak weg, en keek vaak naar buiten. De foto app ik naar mijn partner Sandra (de Haas, maar geen familie). Zij antwoordt dat het deze dag de verjaardag van Goethe is. De Gingko was zijn lievelingsboom. Hij heeft honderden gekweekt en geplant en was net zo’n (levens)versierder als zijn grootste fan, Boudewijn Buch.

Goethe schreef, geïnspireerd door de wonderboom, in 1815 een liefdeslied voor de 30 jaar jongere Marianne von Willemer:  

Gin(k)go biloba

Dieses Baums Blatt, der von Osten

Meinem Garten anvertraut,

Gibt geheimen Sinn zu kosten,

Wie's den Wissenden erbaut.

 

Ist es ein lebendig Wesen,

Das sich in sich selbst getrennt?

Sind es zwei, die sich erlesen,

Dasz man sie als Eines kennt?

 

Solche Frage zu erwidern,

Fand ich wohl den rechten Sinn:

Fühlst du nicht an meinen Liedern,

Dasz ich Eins und doppelt bin?

 

Goethe, de man met de twee zielen in zijn borst, met zijn gespleten karakter identificeerde zich met de bi-loba en zocht dikwijls in mooie vrouwen zijn complement of contrapunt. De boom waar Goethe het blad van geplukt had stond in Heidelberg (die staat daar nu niet meer). In de Goethestad Weimar wemelt het tegenwoordig van de Ginkgo’s en Ginkgowinkels. Dit is een van hen die Goethe nog geplant heeft.

 

Ergens herinnerde ik me, dat de oudste Ginkgo van Europa in Utrecht moest staan, in de oude Hortus. Maar die blijkt tot 2022 gesloten te zijn. Een telefoontje echter opende de poort.

Deze boom is als zaad geïmporteerd rond 1724 door Engelbert Kaempfer (of Kämpfer)(de man van de schrijffout). Hij deed dat in dienst van de VOC. Zo kwam de boom bij Goethe terecht, en bij Darwin, die de boom als een levend fossiel bewonderde. En de boom is een overlever. Beroemd is de Hiroshima Ginkgo. Zelfs nadat een atoombom Hiroshima trof, groeiden er na enkele weken weer bladeren aan de lokale ginkgo-bomen.

De bomen kunnen duizenden jaren oud worden. Ze blijken een verjonging gen in hun DNA te hebben. Vandaar dat zowel zaad als bladeren gebruikt wordt in medicijnen. Ze sterven van de bliksem of van droogte; niet van ouderdom.

In mijn werk als predikant kom ik steeds meer oudere mensen tegen (daar blijf je jong bij!). In Rotterdam Zuid heb ik gespreksgroepen voor mensen boven de 85.

Deze mensen hebben alles overleefd waar ik tegenop zie: sterven, oorlog, ziekten, eenzaamheid, corona, handicaps. En zie: ze blijken over een onvoorstelbare veerkracht te beschikken. “Dat geheim”, vertelt iemand, “ligt in mijn jeugd verscholen: Een meester of juf die mij gezien heeft. Daar groei je van”.

Dat was vijfentachtig jaar geleden en het verhaal komt eruit of het gisteren gebeurd was. Ik vraag de groep naar verhalen over leerkrachten en herinnerend worden er jong en ondeugend van. Mijn eigenwijze leraar De Haas had alweer gelijk.

 

Het werd een boom van een verhaal. 

 

Zoals in het gezamenlijke programmaboekje “Ontvouwen” te lezen is, begeleid ik op dinsdagen een bijbelgroep over het evangelie van Johannes. We begonnen met zijn eerste hoofdstuk; we kwamen niet verder dan de eerste regels. Daar heb je meteen je handen en hart aan vol, omdat het zo gelaagd is: het roept grote vragen op, ook aan jou persoonlijk.

Dus probeer ik de oplichtende woorden uit dit evangelie te verwerken in de adventstijd en de komende kerst.

De Kerstavondviering krijgt de titel: “Zicht op Licht”. Dat begin van Johannes: je raakt er nooit ofte nimmer over uitgepreekt; niemand, never nooit niet.

Die ene zin: “Het licht schijnt in de duisternis – maar het duister heeft het niet gegrepen”.

Het is de zin der zinnen. 

Een andere terechte vertaling: “En het donker heeft het licht niet kunnen doven”. Je mag ook vertalen: “Het duister heeft het niet kunnen (be)vatten. Weer andere vertalingen (we nemen allemaal Bijbels mee) lezen: “Begrepen”. De mooiste misschien (Statenvertaling): “Het donker heeft het licht niet overmocht”. Dit zeldzame woord is een import uit het verhaal waarin Jakob het, bij het krieken van de dag, van de engel wint, en hij van Jacob ( = pootjeslichter) de naam Israël (“God’s strijder”) ontvangt, bij het dagen van het Licht.

Hoe dan ook: vertalen doet het origineel tekort, en dat geldt al helemaal bij vertaling van poëzie.

Het licht blijkt van een andere dimensie en met woorden uit het duister valt het licht niet uit te leggen. Johannes blijft met omtrekkende bewegingen proberen te verhelderen wat wonder hem is overkomen. Waarom dat vrijwel niet over te brengen is aan medemensen die aan het donker, aan de zwaartekracht en zwarte kracht gewend - zelfs gehecht zijn geraakt. Het licht: we willen er niet aan. Het voelt bij voorbaar onveilig. We houden het liever onder onze korenmaat (= emmer).

Daniël Berrigan noemde deze menselijke neiging het Licht niet te willen doven: “De schreeuw om gelijke ellende”.

 

Johannes beweert op zijn tachtigste, na zestig jaar geloofservaring en loutering, als iedereen gestorven of vermoord en hij zelf verbannen is: Dat het Licht in der daad anders, en sterker is - dan alle duisternis bij elkaar. Het Licht is van een andere dimensie. 

Je kunt denken aan de godslamp in de katholieke kerken. Als alles duister is: wat zie je? Het uitsluitende donker, of het ene, kwetsbare lichtje? Wat is sterker in mijn leven, of: waar kies ik voor?

Johannes geloofde dat de Liefde van God alles Licht en lichter maken wil. 

Die Johannes toch! Zoveel donkerte, zoveel duisternis ervaren, en dan toch nog altijd kiezen voor dat Licht dat hij eens, zestig jaar geleden, hij was een jaar of achttien, meemaakte.

Ik vind het een godswonder, dat deze Joodse visserman een Grieks leerde schrijven waar alle taalgeleerden zich over blijven verbazen; dat deze Johannes een boodschap heeft willen doorgeven, een evangelie (= blij nieuws) dwars tegen alle meegemaakte ellende in. Wat een reus.

Wat zou ik dan nog twijfelen, denk ik wel eens. Want dat doe ik terdege. Vandaag is het weer grijs. Het regent, is waterkoud, de hemel is onzichtbaar. Ik ben halverwege in Geert Maks (vaak bittere) pil “Grote verwachtingen”. Bootvluchtelingen, de graaiers bij de banken, de nationalisten, de verongelijkten aan de macht. Ik sla mijn krant open en lees dat tolerantie zijn langste tijd heeft gehad en ik raak bevangen door zwaartekracht en zwarte kracht.  Het donker kan zo maar naar binnen slaan, merk ik. Is het donker slechts de afwezigheid van het licht, of heeft de duisternis ook een eigen identiteit? Het lijkt er soms op dat een duivel inderdaad bestaat.

Ik hunker naar goed nieuws, naar evangelie.

 

Nederlandse vrijmetselaren leggen in open loge het Eerste Grote Licht altijd open bij het begin van het evangelie van Johannes. Joden en Moslims laten de dag beginnen op de avond, in het duister (vrijdagavond is het Sabbatsavond en dan worden de kaarsen aangestoken).

Wat vind jij? Geloven we daadwerkelijk dat lachen en licht het laatste woord hebben?

Wat trekt per slot van rekening aan het langste eind? Licht, of het donker? Het leven, of de dood?

 

Dit schrijf ik in deze waterkoude adventsperiode 2019. We steken in onze kerkjes en kerken steeds meer licht aan, naarmate het donker vordert. Dat - is een geloofsdaad. Zoveel geloof heb ik niet altijd. Ik ben dan ook dankbaar lid van verenigingen (kerken) die dit heilige spel traditiegetrouw spelen.

In 1980 las ik, terwijl schoonmakers die graffiti al aan het wegpoetsen waren, op de Berlijnse muur: “Liebe ohne Macht ist stärker als Macht ohne Liebe”.

Ik wil dat nooit vergeten; dat liefde zonder macht sterker is dan macht zonder liefde.

 

“Licht!” is het allereerste woord dat God roept, spreekt, preekt: juist, als alles duister is. Johannes schreef zijn eerste hoofdstuk met Genesis in zijn hart. “Genesis”, hoor ik mezelf zeggen: “Genees es”.

 

"Laat mij mijn licht geven”, zegt de ster,

“in het midden latend 

 of het nu helpt

 de duisternis te verdrijven".  

(Tagore)

De Nieuwe Man (uit mijn kunstlezing 2013)

Verlangen naar verzoening

Hoe leg je Barnett Newman uit?

Want: Newman’s werk valt niet onmiddellijk op, omdat het zo kunstig geschilderd is, en evenmin valt zijn kunst in de categorie “mooi”.

Hoe in de vrede leg je uit wat Barnett Newman aan je bestaan kan toevoegen?

Beginnen we met The Wild en dan (At) Onement.

Mensen die mij al langer kennen – en ik “sta” nu alweer twaalf jaar in Velp! – weten dat ik dol ben op een oneliner; een korte zin waarin je een heleboel tegelijk kunt samenvatten, en die makkelijk te onthouden is. Voorbeeldje: Dominee is een contaminatie van “dom” en “nee”, bijeengehouden door de “I” van Ego (ja er zit zelfspot in, maar ook een diepere betekenis). Datgene waarover ik wordt geacht te preken, daar kun je feitelijk niets van weten. God: daar kun je naar verlangen. Ik gebruik liever het woord “Goh” – en daar volgt dan weer zo’n oneliner:

“God” is een dochter van “Goh”.

Oneliners zijn zen-achtige uitspraken. Paradoxen; beelden, waardoor je op het verkeerde been gezet wordt om op het goede terecht te komen. Oneliners, dus.

De kunstenaar die beroemd en berucht was om zijn oneliners staat vandaag op het menu: Barnett Newman. Newman heeft een zevental Onements gemaakt.

De laatste is onlangs verkocht voor het recordbedrag van 44 miljoen dollar.

Is Barnett Newman de ultieme hedendaagse verbeelding van “De nieuwe kleren van de Keizer”? Houdt hij iedereen voor de gek?

Onement 1 lijkt makkelijk, maar blijkt het moeilijkst te interpreteren. Wat je ziet, ben jezelf.

“Onement 1” ontstond in 1948, op zijn 42e verjaardag. Alles wat hij daarvoor ook maar geschilderd heeft, gaf hij onmiddellijk daarna aan de kachel prijs.

Hij ervoer zijn vondst als een soortwedergeboorte, als een spiegel; kwam zichzelf tegen.

Het duurde negen maanden (..) voordat hij begreep wat hem met dit doek overkwam. Het was Paulus’ bekering bij Damascus; een wedergeboorte.

“Onement” is afkorting van het in de Joodse religie zo centrale begrip “Atonement”, verzoening; de “Day of Atonement”, Grote Verzoendag, is het Joodse Nieuwjaar, als alles opnieuw beginnen mag na begrip en erkenning van het mislukte.

Toen Newman (..!) het doek tenslotte zo noemde, had hij dit voor ogen: de weg naar verzoening, naar heil = heelheid, Eenheid. Twee delen die verbonden worden, samenvallen. Een oneliner. Het ultieme verlangen, zo kort en krachtig mogelijk samengevat. “Niets meer aan doen”, moet hij gedacht worden – en hij heeft zelfs het schildertape er op laten zitten. Het doek is onafgewerkt.

Maar laat me proberen iets over Newman te vertellen aan de hand van mijn eigen ervaringen met meditatie en gebed.

Vrijdagavond was ik in Velp bij de kapper, en werd geknipt door Vera. Haar naam betekent oprecht, eerlijk, waarachtig. Ze vertelt me, hoe ze probeert te mediteren, hoe moeilijk haar dat valt, en dat ze het steeds weer opgegeven heeft.

Mediteren is moeilijk. Het lijkt o zo simpel, samen te vallen met je eigen ademhaling en hartslag, maar: probeer het maar eens; een ik-ogenblik, een at-onement.

Al klopt mijn etymologie niet: ik wil ervaren dat het woord “mediteren” samenhangt met het woord “midden”: midden-in-het-moment zijn. En vooral de bewustwording van je eigen ademhaling is daarvoor het meest geschikte instrument.

Het valt iedereen op hoe extreem moeilijk het is om het meest eenvoudige te doen.

Je gedachten hebben de natuurlijke neiging je alle kanten weg te trekken, bij het moment (onement) vandaan.

Ook als je je ademhaling gaat tellen ga je ogenblikkelijk weer oordelen. Bijvoorbeeld als het nog lukt ook (..). Doel van de meditatie is een ik-ogenblik; voorbij tijd en plaats.

Contemplatie; helder bewust-zijn van jezelf, het wonderbaarlijke van dat je bestaat.

Het eenvoudigste blijkt het moeilijkste.

Dat gaat ook op als je probeert stil te staan bij het werk van Newman.

Niet voor niets gaf hij zelf als gebruiksaanwijzing dat je zijn werk van dertig centimeter afstand moet beleven; je krijgt dan een 3D ervaring van de kleuren; en de “zip” gaat werken – zowel als scheiding als verbinding.

Zoals je geboren bent en daarmee afgescheiden van de veilige schoot;

vloek en zegen beide; eenheid en afgescheidenheid tegelijk.

DIE ervaring beschrijft de titel van het werk “Onement”. Eenheid; verzoening; katharsis.

Zoals je met Zen naar een lege muur staart;

zoals je tijdens vipassana via de ademhaling op een hoger plan kunt komen;

zoals tijdens het gebed de mooiste ervaring is het “in-gebed-zijn”.

Daar moet je tijd voor nemen. Of eerder: Je gedachten opgeven; je overgeven.

Wanneer je gaat zitten voor een gigantisch doek als cathedra, overvalt je allereerst de nutteloosheid van de exercitie. Je ziet een gigantisch blauw. Saai, oordeel je.

Je merkt dat de bank niet lekker zit, je irriteert je aan je eigen houding: krom, of stijf.

Je irriteert je aan de andere toeristen, of erger: je gaat je trots voelen op jezelf omdat JIJ tenminste wel de tijd neemt.

Voordat je gaat ademen, her-ademen of dezelfde manier als dat stille doel tegenover je doet, - daar gaat veel kostbare tijd overheen.

Voordat je opgenomen wordt in het doek zelf, zou dat al lukken; dat je ogen stil houden en niet meer rusteloos zoeken naar een houvast; voor je hersens het oordeel opschorten; dan ben je al een heel eind verder.

Onement – het is bijna een ander woord voor “verlichting”.

Het doek houdt je niet voor de gek: eerder is het een spiegel: je holt voor jezelf weg.

Onement. Links de afbeelding zoals ik die in een boek vond, rechts: zoals ik hem gefotografeerd heb.

Wat is het verschil..? Precies. Je denkt dat je iets rechthoekigs gezien hebt, maar je ziet altijd krom – vooral als je er recht voor gaat staan.

Je denkt dat je een lijn ziet, maar kijk je beter – het schilderstape is een heleboel keren overgeschilderd, en bewust niet netjes.

Een “zip” is zo niet alleen maar een scheiding, maar ook een verbinding; en ook een strook licht overal doorheen.

Zoals Leonard Cohen inderdaad zingt:

“There’s a crack in everything – that’s how the light gets in..”.

Newman heeft een zevental Onements gemaakt.

Thema: Beter kijken, beter zien; niet (zo snel) oordelen.

Het is anders. Bewust-zijn: het belangrijkste, wat welke religie dan ook, een mens te bieden heeft. Bewust van je tekort, tekortschieten, je verlangen naar verzoening.

De Nieuwe Man (uit mijn kunstlezing 2013):

Verlangen naar verzoening

ivo newman keulen

Hoe leg je Barnett Newman uit.....? Boven sta ik in Keulen, bij "Midnight Blue", uit 1970. Ik was speciaal naar het Ludwigmuseum gereisd om het te ervaren. Kom ik naast een Japanner te zitten van mijn leeftijd. "Isn't is wonderful.." verzucht hij na een poosje. Ik zeg dat ik speciaal voor dit doek uit Nederland gekomen was; voor dat strookje lichtblauw in het donker. Hij: "And me, from Japan". Deze Japanner heeft bovenstaande foto van mij geschoten, en ik een voor hem..

Newman’s werk valt niet onmiddellijk op omdat het zo kunstig geschilderd is; evenmin valt zijn kunst in de categorie “mooi”. Hoe in de vrede leg je uit wat Barnett Newman aan je bestaan kan toevoegen?

Beginnen we voor het gemak met The Wild en dan (At) Onement.

(the wild is die streep in het midden)

Mensen die mij al langer kennen – en ik “sta” nu alweer twaalf jaar in Velp! – weten dat ik dol ben op een oneliner; een korte zin waarin je een heleboel tegelijk kunt samenvatten, en die makkelijk te onthouden is. Voorbeeldje: Dominee is een contaminatie van “dom” en “nee”, bijeengehouden door de “I” van Ego (ja er zit zelfspot in, maar ook een diepere betekenis). Datgene waarover ik wordt geacht te preken, daar kun je feitelijk niets van weten. God: daar kun je naar verlangen. Ik gebruik liever het woord “Goh” – en daar volgt dan weer zo’n oneliner:

“God” is een dochter van “Goh”.

Oneliners zijn zen-achtige uitspraken. Paradoxen; beelden, waardoor je op het verkeerde been gezet wordt om op het goede terecht te komen. Oneliners, dus.

De kunstenaar die beroemd en berucht was om zijn oneliners staat vandaag op het menu: Barnett Newman. Newman heeft een zevental Onements gemaakt.

Onement-VI-by-Barnett-Newman-44-million 2

De laatste is onlangs verkocht voor het recordbedrag van 44 miljoen dollar.

Is Barnett Newman de ultieme hedendaagse verbeelding van “De nieuwe kleren van de Keizer”? Houdt hij iedereen voor de gek?

Onement 1 lijkt makkelijk, maar blijkt het moeilijkst te interpreteren. Wat je ziet, ben jezelf.

“Onement 1” ontstond in 1948, op zijn 42e verjaardag. Alles wat hij daarvoor ook maar geschilderd heeft, gaf hij onmiddellijk daarna aan de kachel prijs.

Hij ervoer zijn vondst als een soortwedergeboorte, als een spiegel; kwam zichzelf tegen.

Het duurde negen maanden (..) voordat hij begreep wat hem met dit doek overkwam. Het was Paulus’ bekering bij Damascus; een wedergeboorte.

“Onement” is afkorting van het in de Joodse religie zo centrale begrip “Atonement”, verzoening; de “Day of Atonement”, Grote Verzoendag, is het Joodse Nieuwjaar, als alles opnieuw beginnen mag na begrip en erkenning van het mislukte.

Toen Newman (..!) het doek tenslotte zo noemde, had hij dit voor ogen: de weg naar verzoening, naar heil = heelheid, Eenheid. Twee delen die verbonden worden, samenvallen. Een oneliner. Het ultieme verlangen, zo kort en krachtig mogelijk samengevat. “Niets meer aan doen”, moet hij gedacht worden – en hij heeft zelfs het schildertape er op laten zitten. Het doek is onafgewerkt.

Maar laat me proberen iets over Newman te vertellen aan de hand van mijn eigen ervaringen met meditatie en gebed.

Vrijdagavond was ik in Velp bij de kapper, en werd geknipt door Vera. Haar naam betekent oprecht, eerlijk, waarachtig. Ze vertelt me, hoe ze probeert te mediteren, hoe moeilijk haar dat valt, en dat ze het steeds weer opgegeven heeft.

Mediteren is moeilijk. Het lijkt o zo simpel, samen te vallen met je eigen ademhaling en hartslag, maar: probeer het maar eens; een ik-ogenblik, een at-onement.

Al klopt mijn etymologie niet: ik wil ervaren dat het woord “mediteren” samenhangt met het woord “midden”: midden-in-het-moment zijn. En vooral de bewustwording van je eigen ademhaling is daarvoor het meest geschikte instrument.

Het valt iedereen op hoe extreem moeilijk het is om het meest eenvoudige te doen.

Je gedachten hebben de natuurlijke neiging je alle kanten weg te trekken, bij het moment (onement) vandaan.

Ook als je je ademhaling gaat tellen ga je ogenblikkelijk weer oordelen. Bijvoorbeeld als het nog lukt ook (..). Doel van de meditatie is een ik-ogenblik; voorbij tijd en plaats.

Contemplatie; helder bewust-zijn van jezelf, het wonderbaarlijke van dat je bestaat.

Het eenvoudigste blijkt het moeilijkste.

Dat gaat ook op als je probeert stil te staan bij het werk van Newman.

Niet voor niets gaf hij zelf als gebruiksaanwijzing dat je zijn werk van dertig centimeter afstand moet beleven; je krijgt dan een 3D ervaring van de kleuren; en de “zip” gaat werken – zowel als scheiding als verbinding.

Zoals je geboren bent en daarmee afgescheiden van de veilige schoot;

vloek en zegen beide; eenheid en afgescheidenheid tegelijk.

DIE ervaring beschrijft de titel van het werk “Onement”. Eenheid; verzoening; katharsis.

Zoals je met Zen naar een lege muur staart;

zoals je tijdens vipassana via de ademhaling op een hoger plan kunt komen;

zoals tijdens het gebed de mooiste ervaring is het “in-gebed-zijn”.

Daar moet je tijd voor nemen. Of eerder: Je gedachten opgeven; je overgeven.

Wanneer je gaat zitten voor een gigantisch doek als cathedra, overvalt je allereerst de nutteloosheid van de exercitie. Je ziet een gigantisch blauw. Saai, oordeel je.

Je merkt dat de bank niet lekker zit, je irriteert je aan je eigen houding: krom, of stijf.

Je irriteert je aan de andere toeristen, of erger: je gaat je trots voelen op jezelf omdat JIJ tenminste wel de tijd neemt.

Voordat je gaat ademen, her-ademen of dezelfde manier als dat stille doel tegenover je doet, - daar gaat veel kostbare tijd overheen.

Voordat je opgenomen wordt in het doek zelf, zou dat al lukken; dat je ogen stil houden en niet meer rusteloos zoeken naar een houvast; voor je hersens het oordeel opschorten; dan ben je al een heel eind verder.

Onement – het is bijna een ander woord voor “verlichting”.

Het doek houdt je niet voor de gek: eerder is het een spiegel: je holt voor jezelf weg.

Onement 2 versies

Onement. Links de afbeelding zoals ik die in een boek vond, rechts: zoals ik hem gefotografeerd heb.

Wat is het verschil..? Precies. Je denkt dat je iets rechthoekigs gezien hebt, maar je ziet altijd krom – vooral als je er recht voor gaat staan.

Je denkt dat je een lijn ziet, maar kijk je beter – het schilderstape is een heleboel keren overgeschilderd, en bewust niet netjes.

Een “zip” is zo niet alleen maar een scheiding, maar ook een verbinding; en ook een strook licht overal doorheen.

Zoals Leonard Cohen inderdaad zingt:

“There’s a crack in everything – that’s how the light gets in..”.

Newman heeft een zevental Onements gemaakt.

Thema: Beter kijken, beter zien; niet (zo snel) oordelen.

Het is anders. Bewust-zijn: het belangrijkste, wat welke religie dan ook, een mens te bieden heeft. Bewust van je tekort, tekortschieten, je verlangen naar verzoening.

De afspeellijst van Ivo de Jong

Als voorganger (maar ook als vriend) vraag ik mensen welke drie nummers ze bij hun uitvaart zouden willen laten horen. Maar omdat dit afscheid er niet voor jou is, komen we tot de slotsom dat er beter muziek moet klinken die vrienden en kleinkinderen troost.

Daarom is het verzoek van Open Deur naar mijn persoonlijke nummers een gouden vraag. Gelukkig mochten het er tien zijn. Billen bloot dus, van mijn soul!

Ik ben mezelf geworden met muziek.

Mijn opa was korpschef van het Leger des Heils Leeuwarden. Mijn eigen vader speelde er trompet totdat hij er - de brede weg! - dixieland mee ging doen; pa speelde zo’n beetje alles waar muziek uit kwam. Opa Klaas troonde mij, totdat hij werd Bevorderd tot Heerlijkheid, mee naar het corps Leeuwarden. Van opa kregen we een dik singletje met Crimond, gespeeld door een fantastische brassband. Pas dertig jaar later besefte ik dat het de Engelse versie van psalm 23 is.

Goddank, deze melodie heeft het nieuwe liedboek nu dan wel gehaald (eerste waar ik naar zocht). Reeds in de box liet ik me er door troosten. Het plaatje is stuk gegaan (wij kinderen meenden dat het een soort frisbee was), maar het hoesje heb ik ingelijst.

Toen ik de muziek later via Napster van iemand uit Canada terug kreeg, zat ik in het holst van mijn nacht, met tranen op de wangen en een aansteker in de lucht achter mijn PC. Het was het eerste nummer waar ik wezenlijk naar zocht.

Acht ben ik en krijg op zondag een kwartje mee voor zondagsschool, soms ook voor een doordeweeks ijsje. Maar steevast verdwijnt het illegaal in de jukebox van Lunchroom Resto. Helemaal alleen, ongelooflijk gelukkig, onderga ik het wonder: kwartje, knop F7 of E5 en dan! Het fascinerende mechaniek. Twee kwartjes, vijf nummers: Mexican Whistler van Roger Whittaker; Il Silenzio met die trompet; Elizabethan Serenade, Rocco Granata – Buena Notte Bambino.

ivo fluitfoto oud 2Voor dit artikel kies ik het vierde nummer (G3 was dat): Louis Prima, Buena Sera Signorina, vanwege die magische saxsolo. Dankzij dat nummer ben ik later tenor gaan spelen en heb ik twintig jaar R&R gemaakt (meer daarover later). Misschien was die sax wel mijn eerste ervaring met – seks.  

                       

Tien ben ik en de tandarts had een aantal kiezen moeten trekken. Ik lig als een wanhoopje op de bank en vraag mijn moeder om een plaat op te zetten: Aurèle Nicolet fluit Mozart en Von Glück. Ik moet er nog heviger van huilen en weet: Ik wil fluit gaan spelen.

Dat doe ik 47 jaar later nog, elke dag, elke dienst. Ik kan niet zonder. Via mijn fluit ontdek ik hoe ik me voel. Mijn fluit spreekt aan op plekken waar geen woorden voor zijn.

Zestien jaar. Het is november, eerste sneeuw valt, die dinsdag hol ik naar mijn kamer, zet de transistor aan, mono cassette recorder (twee knoppen inhouden; neemt op via ingebouwde microfoon). De volgende week gaat hij vanuit het niets naar 1. Maar de primeur, ik was er bij:

Oh Well, Fleetwood Mac. Het nummer treft me diep onder mijn kippenvel en is daar blijven wonen. Altijd als ik het hoor, bij voorbeeld via de autoradio: ik stop in de berm en krijg de neiging te salueren.

Drieëntwintig ben ik als ik ergens iets lees over ene Springsteen. Ik ben een van de eersten die “Born to Run” koopt. Er staan twee nummers op die ik nog steeds hartstochtelijk meezing: Thunder Road en Jungleland. Wat vreselijk dat Clarence Clemons is overleden, want die saxsolo op Jungleland – man, dat is de waarheid, la condition humaine. Eens zag ik (zwart op wit) Billie Holiday in trance naar een saxsolo staren, waarna ze zei : “The Gospel truth, man..”.Ik heb het vier keer live mee gemaakt: de slip van zijn mantel. Iedere keer ging ik uit mijn dak, de hemel in.

Vijfentwintig: film, Tarkovsky: Solaris. Soundtrack: Bach, Ich ruf’ zu Dir. Wezenlijk diezelfde ervaring als bij al die andere muziek die ik me hier her-inner. De gevoeligste snaar, de dragende melodie van mijn leven, thuiskomen in de melancholie. Ja: dit nummer is voor eeuwig voor mijn uitvaart.

Van 25 tot 40 speel ik per tenorsax Rock & Roll in verschillende bands. Stijl: Mink Deville’s “Coup de Grace”. We doen een stuk of vijf van zijn nummers. Bonnie, onze zanger met zijn Love & Emotion. Nescio momenten (“Jongens waren we, maar aardige jongens”).

Bonnie heeft een eind aan zijn leven gemaakt, ik mis hem nog wekelijks. Mink (Willy) is ook al overleden en ik heb er een nacht van gehuild.

Maar hoor ik die nummers: dan veer, en sta ik altijd weer op. En zij ook.    

En dan dat andere nummer voor mijn afscheid: Every Grain of Sand, van Bob Dylan (“Shot of Love”). De “Silver Saxophone”, de gouden gitaar, de zwarte stemmen; de tekst zo diepzinnig dat ik hem nog steeds niet bevatten kan. Hierin woon ik.

Bij sollicitaties zou ik slechts dit nummer willen sturen. Vinden ze het niets, dan kan het niks worden daar. Ik kan het –tig keer achter elkaar opzetten, ik vind het nog altijd even echt.

In 1989 ben ik voor het eerst voor langere tijd in Rusland. Winter in (toen nog) Stalingrad; ik heb voor een prikkie een peperduur kaartje gekocht en weet geen eens wat speelt. Zo kom ik in mijn kloffie midden tussen keurige Russen terecht bij de 10e symfonie van Shostakovich. Had ik niet middenin gezeten dan was ik meteen weg gelopen.

Goddank moest ik blijven zitten – tot het me daagde: een eeuwig durend ik-ogenblik. De volgende dag ben ik naar zijn graf gegaan.

Geen mensenleven is harmonie, het is nooit allemaal majeur, loopt ook niet goed af, en is niet te vatten. Deze muziek begrijpt mij en heb toen & daar afscheid genomen van kloppende filosofieën.

Elke keer dat ik een afscheidsdienst mag voorbereiden (en dat zijn er toch al tweehonderd geweest?) zet ik de Tiende op met zijn contrabassen.

Van ’93 tot ’95 ben ik de wereld rondgezworven met drie cassettebandjes: Canto Ostinato (Simeon ten Holt), en The Köln Concert (Keith Jarrett). Het is muziek die ik begin tachtiger jaren voor het eerst hoorde tijdens het vrijen. Als ik eenzaam was onderweg, als ik werd bestolen; als ik schrijven moest (toen voor Trouw): deze muziek begeleidt mijn reis als mantra en blijf ik eeuwig dankbaar.

Muziek die me draagt - tot ik zelf tot muziek word verheven.

Ivo de Jong (1956), is muzikant en voorganger voor de vrijzinnigen in Velp en Lunteren.

Ik heb de muziek op een afspeellijst op Youtube gezet:

Crimond – Leger des Heils

Buena Sera – Louis Prima

Regen Seliger Geister – C. W. von Glűck

Oh Well – Fleedwood Mac

Jungleland – Bruce Springsteen

Love and Emotion – Mink DeVille

Ich ruf zu Dir – J.S. Bach

Every Grain of Sand – Bob Dylan

Shostakovich – 10e symfonie

Canto Ostinato – Simeon ten Holt

De youtubefilms van deze afspeellijst kun je vinden op: http://bit.ly/1b9ocHc

Artikel voor Open Deur september 2013

kriklogo

 

Ds. Ivo de Jong
Pastoriedijk 198 
3195 HK Pernis

telefoon: 010-8415105
mobiel: 06-53 455 966
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.