Tot mijn zesde woonden we in Leeuwarden. Er hingen twee schilderijen aan de muur van de Couperinstraat: de bloeiende perzikboom van Vincent van Gogh, en een rode danseres van Ruud Bartlema; het eerste schilderij dat Ruud ooit verkocht heeft, hij was toen 18. 
Ruud is de oudste zoon van dominee Walle Bartlema, een huisvriend van mijn ouders, hij heeft mij ooit gedoopt. Zijn zoon Ruud werd eveneens predikant – maar toch vooral schilder. Toen ik 24 was en niet precies wist wat ik verder moest met mijn theologiestudie, logeerde ik bij hem – in de pastorie van Nuenen. Misschien is het wel zo gekomen. Wie weet?
Nog weer twintig jaar later was mijn vriendin Christien daar de dominee. Ik heb drie keer in Nuenen gepreekt als ik kwam logeren; in de pastorie waar Dorus, Vincents vader, plotseling overleed in 1885.
Vincent was koppig en bevlogen. Er is in de pastorie veel ruzie en maar ook veel veel moois gemaakt. Vincent had een atelier bij de koster, maar schilderde ook vanuit het washok. Van daaruit kon je de oude toren van de Clemenskerk zien, de toren die in 1885 tegen de vlakte ging, op het kerkhof waar zijn vader in datzelfde jaar begraven werd. Vincent heeft die tuin en de toren dertig keer geportretteerd.
Het doek dat veel voor mij is gaan betekenen heeft hij daar in 1884 gemaakt; vanuit het washok van de pastorie. Toen ik er logeerde was het fietsenstalling. Er valt geen toren meer te zien en bomen en bebouwing staan een verder uitzicht in de weg.

  

Vincent kwam in 1883 terug naar Nuenen vanuit Zweelo in Drenthe. Hij was daar op aantaden van broer Theo naar toe gegaan om Max Liebermann te ontmoeten. Hij mste hem op een week. In de Alte Pinakothek hangen ze tegenwoordig nog geen 20 meter van elkaar; Vincents wever, en de geitenvrouw van Liebermann. Het Liebermann museum aan de Wansee benadrukt met expositie de verwantschap tussen beide. Van Gogh en Liebermann schilderden en tekenden boeren en boerinnen, armoede, wevers en landschappen. De vrouw die je uit Vincents venster ziet, kende hij van het doek van Max Liebermann. 


Ik schrijf dit zaterdag 17 juli 2021 in München. Ben dezer dagen tweemaal in het museum geweest en heb beide doeken tot in de scheurtjes bewonderd. Wat blijft het heerlijk om zo dichtbij vrienden te kunnen komen! Ik lees hier ook een verhaal van Frank Wedekind over Liebermann. Die  kwam regelmatig naar München en was inmiddels beroemd. Eens dineerde hij met een hoge militair en een plaatselijk politicus in het chique café Luitpold. Beide hoge heren kenden Liebermann van faam, maar hadden zich nog nimmer verwaardigd zich voor zijn werk te interesseren. “Interessant, wat verft u zoal?” “Wat me maar voor ogen komt; geiten, boeren, feesten, weeskinderen..”.
Komt de kelnerin naar de groep toe en vertelt dat ze de heren had horen spreken over ene Liebermann: “Ach er is ook in Berlijn een schilder die zo heet, en o wat zou ik die man graag bedanken, is een van de heren wellicht familie?” Waarop Liebermann gaat staan en een buiging voor haar maakt. “Jesses Na!” kraait ze het uit: “k heb zoveel prachtige platen van u gezien in allerlei tijdschriften! En nu staat u in het echt voor me!”
De hoge heren zijn hoogst verbouwereerd dat zij hem, de Berlijner schilder wel kent, maar hen, die zoveel voor de stad hebben betekent nog geen blik waardig keurt.

In ditzelfde museum, en dat wist ik niet, hangt ook het ingetogen schilderij van de opgestane Jezus, een late Rembrandt. Zowel de Vincent als Rembrandt zijn door hem geïnspireerd geweest. Over de joodse Liebermann en zijn fascinatie voor de joodse Jezus heb ik al eens gpreekt en gescheven: klik voor het verhaal.  Zo komt alles wonderlijk samen; losse draden tot een groot verhaal verweven. Merkwaardig, toch. Soms ga je twijfelen aan je ongeloof. Soms lijkt er een patroon in je leven te zitten.

 


Want in wezen was dit de reden dat ik naar München kwam. Mijn weg loopt alweer een paar maanden parallel aan Vincents verhaal. 
Het begint met het terugvinden van het lied “God als wever”. De tekst is van Marjorie Dobson, een collega Martin Roos had mij verzocht de tekst te vertalen voor zijn afscheidsdienst, vijftien jaar geleden. Het werd toen gezongen op de melodie van “eens als de bazuinen klinken”.
Ik was blij voor Martin omdat hij het mooi vond. Zelf had ik er vraagtekens bij. Het deed mij te veel denken aan dat gedicht van voetsporen op het zand, je weet wel. En dat “we tegen de achterkant van een borduurwerk aankijken”. Ik vond dat allemaal wat te makkelijk, voorbarige antwoorden op essentiële vragen. Misschien ben ik ongeloviger dan dat. “Het gevaarlijkste voor een moeilijk vraag is een makkelijk antwoord”, zie mijn rockvriend Herke Tichelaar, elke keer als we het nummer “Easy Answers (let them rain down on me)” speelden. Het was een anti-gospel en geloofsbelijdenis in één.

Mijn vriend en componist Andries vroeg me een maand geleden waarom ik nooit meer teksten schreef. Ik stuurde hem de tekst van de wever en nog geen week daarna kreeg ik per kerende post een prachtige melodie. De melodieën van Andries maken dat ik mijn eigen teksten beter ga begrijpen; dit is alweer de tiende keer geloof ik? Ik ging beter naar de tekst kijken en heb geprobeerd hem bij mijn tijd te brengen, dichter bij nu. Het is een soortement van blues, hij swingt, er gebeurt veel en er wordt nog altijd aan geschaafd, zowel door Andries, maar vooral door mij. Helemaal leuk gaat het worden als Herke en Koop van mijn oude band Voiz (en Bonnie & de Boersmaas) samen met mij en Andries de studio in duiken. Meer nieuws volgt. 

 God als wever! Vanaf juni ben ik er over gaan schrijven, denken zingen en preken. Over mantels (de profetenmantel van Elia – het schilderij van Dierickx Bouts; het aanraken van de slip van de mantel van Jezus; de wondermantel van Jozef. Er wordt veel over weven gedacht in de bijbel (psalm 139, de zaligsprekingen) en in het liedboek staan er prachtige liederen over. Neem “De wereld is van hem vervuld, die het kennen gaat te boven (lied 825, 86 in de vorige bundel) en dan het vijfde couplet: “Ja, Hij is elk van ons nabij/ hoe hemelhoog verheven/ in Hem bestaan, bewegen wij/ in Hem is heel ons leven/ Dat heeft Hij aan het licht gebracht:/ de mensen zijn van zijn geslacht/ voorgoed met Hem verweven.
Prachtige mystiek. Dit zing ik uit volle borst mee. Mijn lied wilde ik even graag zingen. Zo werkt dat.
En ook zo kwam ik de wever van Vincent op het spoor.
Wever, en zingever. Vincent kon opvliegerig zijn, maar in dit beeld zocht hij rust en meditatie. De vrouw op de bleek; de wever in de discipline van zijn werk; de toren als ijkpunt in de verte. Ik maak me sterk, dat er in het weefgetouw boven een vingerwijzing of de hand Gods te zien is. Dat alles heeft Vincent in dit beeld verweven. Het uitzicht moet dat vanuit het washok/ atelier geweest zijn. Daar werkte geen wever, maar een kunstschilder en dominee in spe. Het is een zelfportret.
 Even een uitstapje naar een van de beroemdste zingevers/ kunstenaars van deze tijd: de Belg Jan Fabre. Zijn beeld (en zelfportret) “De Hemelmeter” stond onder meer boven op het Louvre, het MoMa, het Hermitage, het Kröller-Müller. Je ziet een mens met een ouderwetse wiskundelineaal in de handen. Hij denkt de hemel te meten. De gestalte is helemaal in zilver gegoten, en ook het feit dat hij op een voetstuk is geplaatst (een keukentrappetje) getuigt van zowel mededogen als bewondering. Het is een zingever, zoals iedere priester, dominee, dichter en kunstenaar is; iedereen die meent zin in woorden te vinden of een verhaal vermoed achter de regels. Iemand als Vincent die hoopt het patroon te ontdekken en zichtbaar te maken. Dreamweaver, zingever. Even aanmatigend als menselijk, zowel kwetsbaar als ijzersterk.

Toen ik verder op Vincent pastorietuin zocht vond ik nog een ander schilderij. Hierop zie je een vrouw schuin de tuin oversteken. Het verhaal gaat dat de vrouw Vincent voor dit doek betalen wilde, maar dat Vincent het liever aan haar cadeau gaf; het zou een van de enige doeken zijn geweest die hij in zijn korte leven verkocht zou hebben. Hoe dan ook, het doek is verworven door het Groninger museum. Verleden jaar werd het uitgeleend aan het Singer in Laren, waar het op 30 maart gestolen is. Er speelt een aantal rechtszaken. Men vermoedt dat het doek als wisselgeld voor strafvermindering gebruikt wordt. Geschatte waarde loopt in de tientallen miljoenen. De jongedame moest eens weten!
Hier kwam ik achter toen ik de kaart al had laten maken (ik noem het een “credocard”). Het is in Nederland mogelijk om zelf postzegels te ontwerpen, dus wilde ik weten of dat ook in Duitsland mogelijk is. Ja, dus. Maar Deutsche Post raadde mij aan om eerst het copyright uit te zoeken.
Zo kwam ik bij het Groninger museum terecht; zo hoorde ik van de diefstal. Bijzonder toeval is dat ik eerder een filmpje gemaakt had van de gestolen Rembrandt; tegenwoordig zelfs als documentaire op Netflix (“The biggest Heist in Art History”; niet mijn product helaas, dat kun je vinden via het plaatje; toch zouden musea link moeten uitkijken naar mijn bezoek).

“De schaakmeester zwijgt”, leerde Rumi. Toch duikt er soms, en als je je ervoor openstelt: vaak een glimp op van een mogelijke samenhang. Maak er liever geen system van. Dan lijk je op het kind dat bij verstoppertje “12345678910 HONDERD! IK KOM!” Voor het gemak sla je de negentig over nietwaar, anders vind je je vriendjes nooit op tijd terug. Na 10 komt 11, het smaakt naar meer, je krijgt de smaak als zingever te pakken, hebt soms het gevoel op de goede weg te zijn –
Zoals ik nu, dit schrijvende in de trein van München naar Frankfurt naar de volgende musea. Het landschap vliegt voorbij. Soms stopt de trein; zoals nu in Ulm. Het is wonderlijk, dit alles.

 

(Ivo als zwever) 

 

 

“Ginkyo”, noemde meneer De Haas hem. En mijn eigenwijze leraar biologie had gelijk, ook al heeft hij het van een foute democratie verloren: De “Y” in de fonetisch geschreven naam (gin – zilver, kyo – abrikoos) is door de Engelbert Kaempfer, rond 1700 de importeur voor Europa, per ongeluk geschreven als een “G”. Dat wist Gerard Horreüs de Haas. Mijn eerste uur biologie was 1969. Wij, de 13-jarigen, zaten er binnen klaar voor. Een tanige man in een corduroybroek kwam het lokaal in en nodigde ons uit om naar buiten te komen. Daar zagen we Hem. “Een Chinees Japanse kloosterboom,”, legde meneer De Haas uit: “staat meestal alleen, net als een monnik. Kijk naar het blad, er is er geen blad als dat van de Ginkyo. Biloba; tweelobbig. Geen naaldboom, geen loofboom. De oudst overlevende boom op aarde. Bloeide al tijdens de dinosauriërs, 250 miljoen jaar geleden. Kijk, de boom is het bewijs dat als je eenzaam bent, je mooi, oud en sterk kunt blijven”.    

Het was zijn laatste jaar als leraar; mijn eerste als leerling op het Gymnasium Celeanum. Ik kwam uit Nunspeet, de rest van de klas van dichterbij. Zij kenden elkaar. Ik was te jong en was inderdaad eenzaam, zonder daar de woorden voor te kennen. Dat “eenzaam en sterk” begreep ik toen dus nog niet. Het symbool drong later tot me door. Toen was De Haas al overleden (1988, hij is 85 geworden) en werd ik dominee, net als De Haas zijn al even flamboyante vader Gerardus. Ook dat drong pas later tot mij door, toen ik boeken van de Zwolse dominee ging lezen. Zijn zoon, mijn leraar, had vaders charisma en een onweerstaanbare zendingsdrang.

 

De Ginkgo heeft een boodschap.

Sommige gebeurtenissen in je leven komen binnen als zaad, en komen pas veel later tot begrip en tot wasdom. Dus op de laatste dag van augustus parkeerde ik mijn auto voor mijn oude school en bracht ik een bezoek aan de oude boom. Hij stond voor het muzieklokaal en een verdieping hoger voor biologie. Mijn lievelingsvakken. Ik droomde vaak weg, en keek vaak naar buiten. De foto app ik naar mijn partner Sandra (de Haas, maar geen familie). Zij antwoordt dat het deze dag de verjaardag van Goethe is. De Gingko was zijn lievelingsboom. Hij heeft honderden gekweekt en geplant en was net zo’n (levens)versierder als zijn grootste fan, Boudewijn Buch.

Goethe schreef, geïnspireerd door de wonderboom, in 1815 een liefdeslied voor de 30 jaar jongere Marianne von Willemer:  

Gin(k)go biloba

Dieses Baums Blatt, der von Osten

Meinem Garten anvertraut,

Gibt geheimen Sinn zu kosten,

Wie's den Wissenden erbaut.

 

Ist es ein lebendig Wesen,

Das sich in sich selbst getrennt?

Sind es zwei, die sich erlesen,

Dasz man sie als Eines kennt?

 

Solche Frage zu erwidern,

Fand ich wohl den rechten Sinn:

Fühlst du nicht an meinen Liedern,

Dasz ich Eins und doppelt bin?

 

Goethe, de man met de twee zielen in zijn borst, met zijn gespleten karakter identificeerde zich met de bi-loba en zocht dikwijls in mooie vrouwen zijn complement of contrapunt. De boom waar Goethe het blad van geplukt had stond in Heidelberg (die staat daar nu niet meer). In de Goethestad Weimar wemelt het tegenwoordig van de Ginkgo’s en Ginkgowinkels. Dit is een van hen die Goethe nog geplant heeft.

 

Ergens herinnerde ik me, dat de oudste Ginkgo van Europa in Utrecht moest staan, in de oude Hortus. Maar die blijkt tot 2022 gesloten te zijn. Een telefoontje echter opende de poort.

Deze boom is als zaad geïmporteerd rond 1724 door Engelbert Kaempfer (of Kämpfer)(de man van de schrijffout). Hij deed dat in dienst van de VOC. Zo kwam de boom bij Goethe terecht, en bij Darwin, die de boom als een levend fossiel bewonderde. En de boom is een overlever. Beroemd is de Hiroshima Ginkgo. Zelfs nadat een atoombom Hiroshima trof, groeiden er na enkele weken weer bladeren aan de lokale ginkgo-bomen.

De bomen kunnen duizenden jaren oud worden. Ze blijken een verjonging gen in hun DNA te hebben. Vandaar dat zowel zaad als bladeren gebruikt wordt in medicijnen. Ze sterven van de bliksem of van droogte; niet van ouderdom.

In mijn werk als predikant kom ik steeds meer oudere mensen tegen (daar blijf je jong bij!). In Rotterdam Zuid heb ik gespreksgroepen voor mensen boven de 85.

Deze mensen hebben alles overleefd waar ik tegenop zie: sterven, oorlog, ziekten, eenzaamheid, corona, handicaps. En zie: ze blijken over een onvoorstelbare veerkracht te beschikken. “Dat geheim”, vertelt iemand, “ligt in mijn jeugd verscholen: Een meester of juf die mij gezien heeft. Daar groei je van”.

Dat was vijfentachtig jaar geleden en het verhaal komt eruit of het gisteren gebeurd was. Ik vraag de groep naar verhalen over leerkrachten en herinnerend worden er jong en ondeugend van. Mijn eigenwijze leraar De Haas had alweer gelijk.

 

Het werd een boom van een verhaal. 

 

De Nieuwe Man (uit mijn kunstlezing 2013):

Verlangen naar verzoening

ivo newman keulen

Hoe leg je Barnett Newman uit.....? Boven sta ik in Keulen, bij "Midnight Blue", uit 1970. Ik was speciaal naar het Ludwigmuseum gereisd om het te ervaren. Kom ik naast een Japanner te zitten van mijn leeftijd. "Isn't is wonderful.." verzucht hij na een poosje. Ik zeg dat ik speciaal voor dit doek uit Nederland gekomen was; voor dat strookje lichtblauw in het donker. Hij: "And me, from Japan". Deze Japanner heeft bovenstaande foto van mij geschoten, en ik een voor hem..

Newman’s werk valt niet onmiddellijk op omdat het zo kunstig geschilderd is; evenmin valt zijn kunst in de categorie “mooi”. Hoe in de vrede leg je uit wat Barnett Newman aan je bestaan kan toevoegen?

Beginnen we voor het gemak met The Wild en dan (At) Onement.

(the wild is die streep in het midden)

Mensen die mij al langer kennen – en ik “sta” nu alweer twaalf jaar in Velp! – weten dat ik dol ben op een oneliner; een korte zin waarin je een heleboel tegelijk kunt samenvatten, en die makkelijk te onthouden is. Voorbeeldje: Dominee is een contaminatie van “dom” en “nee”, bijeengehouden door de “I” van Ego (ja er zit zelfspot in, maar ook een diepere betekenis). Datgene waarover ik wordt geacht te preken, daar kun je feitelijk niets van weten. God: daar kun je naar verlangen. Ik gebruik liever het woord “Goh” – en daar volgt dan weer zo’n oneliner:

“God” is een dochter van “Goh”.

Oneliners zijn zen-achtige uitspraken. Paradoxen; beelden, waardoor je op het verkeerde been gezet wordt om op het goede terecht te komen. Oneliners, dus.

De kunstenaar die beroemd en berucht was om zijn oneliners staat vandaag op het menu: Barnett Newman. Newman heeft een zevental Onements gemaakt.

Onement-VI-by-Barnett-Newman-44-million 2

De laatste is onlangs verkocht voor het recordbedrag van 44 miljoen dollar.

Is Barnett Newman de ultieme hedendaagse verbeelding van “De nieuwe kleren van de Keizer”? Houdt hij iedereen voor de gek?

Onement 1 lijkt makkelijk, maar blijkt het moeilijkst te interpreteren. Wat je ziet, ben jezelf.

“Onement 1” ontstond in 1948, op zijn 42e verjaardag. Alles wat hij daarvoor ook maar geschilderd heeft, gaf hij onmiddellijk daarna aan de kachel prijs.

Hij ervoer zijn vondst als een soortwedergeboorte, als een spiegel; kwam zichzelf tegen.

Het duurde negen maanden (..) voordat hij begreep wat hem met dit doek overkwam. Het was Paulus’ bekering bij Damascus; een wedergeboorte.

“Onement” is afkorting van het in de Joodse religie zo centrale begrip “Atonement”, verzoening; de “Day of Atonement”, Grote Verzoendag, is het Joodse Nieuwjaar, als alles opnieuw beginnen mag na begrip en erkenning van het mislukte.

Toen Newman (..!) het doek tenslotte zo noemde, had hij dit voor ogen: de weg naar verzoening, naar heil = heelheid, Eenheid. Twee delen die verbonden worden, samenvallen. Een oneliner. Het ultieme verlangen, zo kort en krachtig mogelijk samengevat. “Niets meer aan doen”, moet hij gedacht worden – en hij heeft zelfs het schildertape er op laten zitten. Het doek is onafgewerkt.

Maar laat me proberen iets over Newman te vertellen aan de hand van mijn eigen ervaringen met meditatie en gebed.

Vrijdagavond was ik in Velp bij de kapper, en werd geknipt door Vera. Haar naam betekent oprecht, eerlijk, waarachtig. Ze vertelt me, hoe ze probeert te mediteren, hoe moeilijk haar dat valt, en dat ze het steeds weer opgegeven heeft.

Mediteren is moeilijk. Het lijkt o zo simpel, samen te vallen met je eigen ademhaling en hartslag, maar: probeer het maar eens; een ik-ogenblik, een at-onement.

Al klopt mijn etymologie niet: ik wil ervaren dat het woord “mediteren” samenhangt met het woord “midden”: midden-in-het-moment zijn. En vooral de bewustwording van je eigen ademhaling is daarvoor het meest geschikte instrument.

Het valt iedereen op hoe extreem moeilijk het is om het meest eenvoudige te doen.

Je gedachten hebben de natuurlijke neiging je alle kanten weg te trekken, bij het moment (onement) vandaan.

Ook als je je ademhaling gaat tellen ga je ogenblikkelijk weer oordelen. Bijvoorbeeld als het nog lukt ook (..). Doel van de meditatie is een ik-ogenblik; voorbij tijd en plaats.

Contemplatie; helder bewust-zijn van jezelf, het wonderbaarlijke van dat je bestaat.

Het eenvoudigste blijkt het moeilijkste.

Dat gaat ook op als je probeert stil te staan bij het werk van Newman.

Niet voor niets gaf hij zelf als gebruiksaanwijzing dat je zijn werk van dertig centimeter afstand moet beleven; je krijgt dan een 3D ervaring van de kleuren; en de “zip” gaat werken – zowel als scheiding als verbinding.

Zoals je geboren bent en daarmee afgescheiden van de veilige schoot;

vloek en zegen beide; eenheid en afgescheidenheid tegelijk.

DIE ervaring beschrijft de titel van het werk “Onement”. Eenheid; verzoening; katharsis.

Zoals je met Zen naar een lege muur staart;

zoals je tijdens vipassana via de ademhaling op een hoger plan kunt komen;

zoals tijdens het gebed de mooiste ervaring is het “in-gebed-zijn”.

Daar moet je tijd voor nemen. Of eerder: Je gedachten opgeven; je overgeven.

Wanneer je gaat zitten voor een gigantisch doek als cathedra, overvalt je allereerst de nutteloosheid van de exercitie. Je ziet een gigantisch blauw. Saai, oordeel je.

Je merkt dat de bank niet lekker zit, je irriteert je aan je eigen houding: krom, of stijf.

Je irriteert je aan de andere toeristen, of erger: je gaat je trots voelen op jezelf omdat JIJ tenminste wel de tijd neemt.

Voordat je gaat ademen, her-ademen of dezelfde manier als dat stille doel tegenover je doet, - daar gaat veel kostbare tijd overheen.

Voordat je opgenomen wordt in het doek zelf, zou dat al lukken; dat je ogen stil houden en niet meer rusteloos zoeken naar een houvast; voor je hersens het oordeel opschorten; dan ben je al een heel eind verder.

Onement – het is bijna een ander woord voor “verlichting”.

Het doek houdt je niet voor de gek: eerder is het een spiegel: je holt voor jezelf weg.

Onement 2 versies

Onement. Links de afbeelding zoals ik die in een boek vond, rechts: zoals ik hem gefotografeerd heb.

Wat is het verschil..? Precies. Je denkt dat je iets rechthoekigs gezien hebt, maar je ziet altijd krom – vooral als je er recht voor gaat staan.

Je denkt dat je een lijn ziet, maar kijk je beter – het schilderstape is een heleboel keren overgeschilderd, en bewust niet netjes.

Een “zip” is zo niet alleen maar een scheiding, maar ook een verbinding; en ook een strook licht overal doorheen.

Zoals Leonard Cohen inderdaad zingt:

“There’s a crack in everything – that’s how the light gets in..”.

Newman heeft een zevental Onements gemaakt.

Thema: Beter kijken, beter zien; niet (zo snel) oordelen.

Het is anders. Bewust-zijn: het belangrijkste, wat welke religie dan ook, een mens te bieden heeft. Bewust van je tekort, tekortschieten, je verlangen naar verzoening.

Zoals in het gezamenlijke programmaboekje “Ontvouwen” te lezen is, begeleid ik op dinsdagen een bijbelgroep over het evangelie van Johannes. We begonnen met zijn eerste hoofdstuk; we kwamen niet verder dan de eerste regels. Daar heb je meteen je handen en hart aan vol, omdat het zo gelaagd is: het roept grote vragen op, ook aan jou persoonlijk.

Dus probeer ik de oplichtende woorden uit dit evangelie te verwerken in de adventstijd en de komende kerst.

De Kerstavondviering krijgt de titel: “Zicht op Licht”. Dat begin van Johannes: je raakt er nooit ofte nimmer over uitgepreekt; niemand, never nooit niet.

Die ene zin: “Het licht schijnt in de duisternis – maar het duister heeft het niet gegrepen”.

Het is de zin der zinnen. 

Een andere terechte vertaling: “En het donker heeft het licht niet kunnen doven”. Je mag ook vertalen: “Het duister heeft het niet kunnen (be)vatten. Weer andere vertalingen (we nemen allemaal Bijbels mee) lezen: “Begrepen”. De mooiste misschien (Statenvertaling): “Het donker heeft het licht niet overmocht”. Dit zeldzame woord is een import uit het verhaal waarin Jakob het, bij het krieken van de dag, van de engel wint, en hij van Jacob ( = pootjeslichter) de naam Israël (“God’s strijder”) ontvangt, bij het dagen van het Licht.

Hoe dan ook: vertalen doet het origineel tekort, en dat geldt al helemaal bij vertaling van poëzie.

Het licht blijkt van een andere dimensie en met woorden uit het duister valt het licht niet uit te leggen. Johannes blijft met omtrekkende bewegingen proberen te verhelderen wat wonder hem is overkomen. Waarom dat vrijwel niet over te brengen is aan medemensen die aan het donker, aan de zwaartekracht en zwarte kracht gewend - zelfs gehecht zijn geraakt. Het licht: we willen er niet aan. Het voelt bij voorbaar onveilig. We houden het liever onder onze korenmaat (= emmer).

Daniël Berrigan noemde deze menselijke neiging het Licht niet te willen doven: “De schreeuw om gelijke ellende”.

 

Johannes beweert op zijn tachtigste, na zestig jaar geloofservaring en loutering, als iedereen gestorven of vermoord en hij zelf verbannen is: Dat het Licht in der daad anders, en sterker is - dan alle duisternis bij elkaar. Het Licht is van een andere dimensie. 

Je kunt denken aan de godslamp in de katholieke kerken. Als alles duister is: wat zie je? Het uitsluitende donker, of het ene, kwetsbare lichtje? Wat is sterker in mijn leven, of: waar kies ik voor?

Johannes geloofde dat de Liefde van God alles Licht en lichter maken wil. 

Die Johannes toch! Zoveel donkerte, zoveel duisternis ervaren, en dan toch nog altijd kiezen voor dat Licht dat hij eens, zestig jaar geleden, hij was een jaar of achttien, meemaakte.

Ik vind het een godswonder, dat deze Joodse visserman een Grieks leerde schrijven waar alle taalgeleerden zich over blijven verbazen; dat deze Johannes een boodschap heeft willen doorgeven, een evangelie (= blij nieuws) dwars tegen alle meegemaakte ellende in. Wat een reus.

Wat zou ik dan nog twijfelen, denk ik wel eens. Want dat doe ik terdege. Vandaag is het weer grijs. Het regent, is waterkoud, de hemel is onzichtbaar. Ik ben halverwege in Geert Maks (vaak bittere) pil “Grote verwachtingen”. Bootvluchtelingen, de graaiers bij de banken, de nationalisten, de verongelijkten aan de macht. Ik sla mijn krant open en lees dat tolerantie zijn langste tijd heeft gehad en ik raak bevangen door zwaartekracht en zwarte kracht.  Het donker kan zo maar naar binnen slaan, merk ik. Is het donker slechts de afwezigheid van het licht, of heeft de duisternis ook een eigen identiteit? Het lijkt er soms op dat een duivel inderdaad bestaat.

Ik hunker naar goed nieuws, naar evangelie.

 

Nederlandse vrijmetselaren leggen in open loge het Eerste Grote Licht altijd open bij het begin van het evangelie van Johannes. Joden en Moslims laten de dag beginnen op de avond, in het duister (vrijdagavond is het Sabbatsavond en dan worden de kaarsen aangestoken).

Wat vind jij? Geloven we daadwerkelijk dat lachen en licht het laatste woord hebben?

Wat trekt per slot van rekening aan het langste eind? Licht, of het donker? Het leven, of de dood?

 

Dit schrijf ik in deze waterkoude adventsperiode 2019. We steken in onze kerkjes en kerken steeds meer licht aan, naarmate het donker vordert. Dat - is een geloofsdaad. Zoveel geloof heb ik niet altijd. Ik ben dan ook dankbaar lid van verenigingen (kerken) die dit heilige spel traditiegetrouw spelen.

In 1980 las ik, terwijl schoonmakers die graffiti al aan het wegpoetsen waren, op de Berlijnse muur: “Liebe ohne Macht ist stärker als Macht ohne Liebe”.

Ik wil dat nooit vergeten; dat liefde zonder macht sterker is dan macht zonder liefde.

 

“Licht!” is het allereerste woord dat God roept, spreekt, preekt: juist, als alles duister is. Johannes schreef zijn eerste hoofdstuk met Genesis in zijn hart. “Genesis”, hoor ik mezelf zeggen: “Genees es”.

 

"Laat mij mijn licht geven”, zegt de ster,

“in het midden latend 

 of het nu helpt

 de duisternis te verdrijven".  

(Tagore)

De Nieuwe Man (uit mijn kunstlezing 2013)

Verlangen naar verzoening

Hoe leg je Barnett Newman uit?

Want: Newman’s werk valt niet onmiddellijk op, omdat het zo kunstig geschilderd is, en evenmin valt zijn kunst in de categorie “mooi”.

Hoe in de vrede leg je uit wat Barnett Newman aan je bestaan kan toevoegen?

Beginnen we met The Wild en dan (At) Onement.

Mensen die mij al langer kennen – en ik “sta” nu alweer twaalf jaar in Velp! – weten dat ik dol ben op een oneliner; een korte zin waarin je een heleboel tegelijk kunt samenvatten, en die makkelijk te onthouden is. Voorbeeldje: Dominee is een contaminatie van “dom” en “nee”, bijeengehouden door de “I” van Ego (ja er zit zelfspot in, maar ook een diepere betekenis). Datgene waarover ik wordt geacht te preken, daar kun je feitelijk niets van weten. God: daar kun je naar verlangen. Ik gebruik liever het woord “Goh” – en daar volgt dan weer zo’n oneliner:

“God” is een dochter van “Goh”.

Oneliners zijn zen-achtige uitspraken. Paradoxen; beelden, waardoor je op het verkeerde been gezet wordt om op het goede terecht te komen. Oneliners, dus.

De kunstenaar die beroemd en berucht was om zijn oneliners staat vandaag op het menu: Barnett Newman. Newman heeft een zevental Onements gemaakt.

De laatste is onlangs verkocht voor het recordbedrag van 44 miljoen dollar.

Is Barnett Newman de ultieme hedendaagse verbeelding van “De nieuwe kleren van de Keizer”? Houdt hij iedereen voor de gek?

Onement 1 lijkt makkelijk, maar blijkt het moeilijkst te interpreteren. Wat je ziet, ben jezelf.

“Onement 1” ontstond in 1948, op zijn 42e verjaardag. Alles wat hij daarvoor ook maar geschilderd heeft, gaf hij onmiddellijk daarna aan de kachel prijs.

Hij ervoer zijn vondst als een soortwedergeboorte, als een spiegel; kwam zichzelf tegen.

Het duurde negen maanden (..) voordat hij begreep wat hem met dit doek overkwam. Het was Paulus’ bekering bij Damascus; een wedergeboorte.

“Onement” is afkorting van het in de Joodse religie zo centrale begrip “Atonement”, verzoening; de “Day of Atonement”, Grote Verzoendag, is het Joodse Nieuwjaar, als alles opnieuw beginnen mag na begrip en erkenning van het mislukte.

Toen Newman (..!) het doek tenslotte zo noemde, had hij dit voor ogen: de weg naar verzoening, naar heil = heelheid, Eenheid. Twee delen die verbonden worden, samenvallen. Een oneliner. Het ultieme verlangen, zo kort en krachtig mogelijk samengevat. “Niets meer aan doen”, moet hij gedacht worden – en hij heeft zelfs het schildertape er op laten zitten. Het doek is onafgewerkt.

Maar laat me proberen iets over Newman te vertellen aan de hand van mijn eigen ervaringen met meditatie en gebed.

Vrijdagavond was ik in Velp bij de kapper, en werd geknipt door Vera. Haar naam betekent oprecht, eerlijk, waarachtig. Ze vertelt me, hoe ze probeert te mediteren, hoe moeilijk haar dat valt, en dat ze het steeds weer opgegeven heeft.

Mediteren is moeilijk. Het lijkt o zo simpel, samen te vallen met je eigen ademhaling en hartslag, maar: probeer het maar eens; een ik-ogenblik, een at-onement.

Al klopt mijn etymologie niet: ik wil ervaren dat het woord “mediteren” samenhangt met het woord “midden”: midden-in-het-moment zijn. En vooral de bewustwording van je eigen ademhaling is daarvoor het meest geschikte instrument.

Het valt iedereen op hoe extreem moeilijk het is om het meest eenvoudige te doen.

Je gedachten hebben de natuurlijke neiging je alle kanten weg te trekken, bij het moment (onement) vandaan.

Ook als je je ademhaling gaat tellen ga je ogenblikkelijk weer oordelen. Bijvoorbeeld als het nog lukt ook (..). Doel van de meditatie is een ik-ogenblik; voorbij tijd en plaats.

Contemplatie; helder bewust-zijn van jezelf, het wonderbaarlijke van dat je bestaat.

Het eenvoudigste blijkt het moeilijkste.

Dat gaat ook op als je probeert stil te staan bij het werk van Newman.

Niet voor niets gaf hij zelf als gebruiksaanwijzing dat je zijn werk van dertig centimeter afstand moet beleven; je krijgt dan een 3D ervaring van de kleuren; en de “zip” gaat werken – zowel als scheiding als verbinding.

Zoals je geboren bent en daarmee afgescheiden van de veilige schoot;

vloek en zegen beide; eenheid en afgescheidenheid tegelijk.

DIE ervaring beschrijft de titel van het werk “Onement”. Eenheid; verzoening; katharsis.

Zoals je met Zen naar een lege muur staart;

zoals je tijdens vipassana via de ademhaling op een hoger plan kunt komen;

zoals tijdens het gebed de mooiste ervaring is het “in-gebed-zijn”.

Daar moet je tijd voor nemen. Of eerder: Je gedachten opgeven; je overgeven.

Wanneer je gaat zitten voor een gigantisch doek als cathedra, overvalt je allereerst de nutteloosheid van de exercitie. Je ziet een gigantisch blauw. Saai, oordeel je.

Je merkt dat de bank niet lekker zit, je irriteert je aan je eigen houding: krom, of stijf.

Je irriteert je aan de andere toeristen, of erger: je gaat je trots voelen op jezelf omdat JIJ tenminste wel de tijd neemt.

Voordat je gaat ademen, her-ademen of dezelfde manier als dat stille doel tegenover je doet, - daar gaat veel kostbare tijd overheen.

Voordat je opgenomen wordt in het doek zelf, zou dat al lukken; dat je ogen stil houden en niet meer rusteloos zoeken naar een houvast; voor je hersens het oordeel opschorten; dan ben je al een heel eind verder.

Onement – het is bijna een ander woord voor “verlichting”.

Het doek houdt je niet voor de gek: eerder is het een spiegel: je holt voor jezelf weg.

Onement. Links de afbeelding zoals ik die in een boek vond, rechts: zoals ik hem gefotografeerd heb.

Wat is het verschil..? Precies. Je denkt dat je iets rechthoekigs gezien hebt, maar je ziet altijd krom – vooral als je er recht voor gaat staan.

Je denkt dat je een lijn ziet, maar kijk je beter – het schilderstape is een heleboel keren overgeschilderd, en bewust niet netjes.

Een “zip” is zo niet alleen maar een scheiding, maar ook een verbinding; en ook een strook licht overal doorheen.

Zoals Leonard Cohen inderdaad zingt:

“There’s a crack in everything – that’s how the light gets in..”.

Newman heeft een zevental Onements gemaakt.

Thema: Beter kijken, beter zien; niet (zo snel) oordelen.

Het is anders. Bewust-zijn: het belangrijkste, wat welke religie dan ook, een mens te bieden heeft. Bewust van je tekort, tekortschieten, je verlangen naar verzoening.

kriklogo

 

Ds. Ivo de Jong
Pastoriedijk 198 
3195 HK Pernis

telefoon: 010-8415105
mobiel: 06-53 455 966
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.