Advent betekent “het” komt”, “hij” komt, of in de taal van deze tijd: het komt echt wel weer.
We vieren Advent in donkere dagen.
Waterkoud; maskers; beperkingen, afstand, omikron-variant, klimaat, kabinet.
Niemand van ons die er niet bevattelijk voor is. Niemand, die niet besmet wordt door alle negativiteit, en daar bestaat geen prik tegen.
En dan, en hier en nu dus: Advent; het komt wel.

Ik heb expres mijn toga aangedaan. Dat betekent dat dit een preek wordt en geen meditatie: het verschil is dat ik deze woorden ook tot mezelf zal richten. Preken: aanzeggen. Niet uit mezelf halen. Ik heb behoefte aan tegen-spraak, tegenwicht, hoop.
Vandaar dat eerste lied net van Jochen Klepper, dat ik het eerste couplet solo zong: ik wilde het u aanzeggen als voorganger.

Advent: Wat merk je daarvan.
Wel: Dat we zijn opgestaan. Dat jullie hier zijn gekomen.
Dat Edith kwetsbaar een kaars aansteekt en een hoopgevende spreuk zegt.
Dat we hier zingen, in plaats van te mopperen.
Dat hier mensen zijn die vragen hoe het met je gaat.
Dat we hier ons spiegelen aan anderen die in andere tijden hetzelfde doorstonden.
Dat we van elkaar kunnen leren:
Dat is Advent.

Dus zongen lied 445 (130) van Jochen Klepper (1903-1942). Dit lied is een statement.
Klepper woonde vanaf 1932 in Berlijn, was getrouwd met een joodse vrouw die uit haar eerste huwelijk twee dochters meebracht. Het lied is gedicht en getoonzet in 1939. Toen in 1942 de deportatie van zijn jongste stiefdochter dreigde, koos zijn gezin voor de tenminste zelfgekozen dood. Deze geloofsbelijdenis zongen ze nog kort daarvoor (dit is meteen wel een heftig vergelijk, ik weet het.)

Advent. Hoe krijg je het voor elkaar, om in zulke zwarte tijden moed te houden en rechtop te blijven staan? Hoe spreek je je medemens moed in, “als alles duister is”?
Hoe doe je dat, nu covid en klimaat ons vervullen met zorg? Hoe haal je het in je hoofd om steeds meer licht te maken, als het steeds donkerder wordt?
Hoe deed die Jochem Klepper dat?
Hoe deed Lucas dat? De eerste zin van het Lucasverhaal dat we vandaag lezen, luidt: “Toen Herodes koning van Judea was”. Dat kwam op de lezers van toen over als “toen Adolf Hitler de baas over Duitsland was”. Lucas plaatst het verhaal bewust in zware tijden, in tijden dat je niets meer te verwachten hebt.
Het zal allemaal niet gemakkelijk zijn. Soms ben je sprakeloos en machteloos.
Dus.
De komende maand gaan we Lucas lezen.
Hier in Schiedam mag ik driemaal voorgaan. En deze drie keer gaat het over engelen. Vandaag is Gabriel bij Zacharias; volgende week bij het meisje Maria; op 24 december is een leger van engelen in de Hemel te zien; het traditionele Lucas evangelie.
En in alle drie verhalen is het kernwoord: “Wees niet bang!”
Lucas 1 lezen in afwisseling met zingen

Preekwoorden
In Rotterdam ben ik deel van de exegesegroep, dinsdagmorgens in de Laurens; we lezen Grieks met zeven collega’s en inspireren elkaar. Nu dus: het Lucas evangelie.
Wat een fascinerende man is Lucas geweest, en wat heeft hij de wereld een draai gegeven...
Niemand heeft zoveel in de Bijbel geschreven als Lucas: het evangelie, en het boek Handelingen. En Lucas was geeneens Joods; hij was Syriër. Van huis uit kende hij geen Hebreeuws.
Van de vier evangelisten schreef hij het mooiste Grieks; de andere drie hebben juist die taal moeten leren, net als Lucas Hebreeuws.
Dat geeft altijd te denken. Mattheus, Johannes en Marcus hebben die wereldtaal willen leren en Lucas wilde het Hebreeuws onder de knie krijgen. Waarom?
Om HET verhaal, HET evangelie, het goede nieuws wereldkundig te maken.
Waarom? Het was levensgevaarlijk!! Waarom niet veilig in je comfort zõne blijven? Wie doet dat nog, wie doet dat nou? Waarom zou Lucas?! Hij heeft Jezus immers nooit gesproken.
Hij kende de verhalen via Paulus en van de Joodse Christenen uit Caesarea; nadat Jeruzalem verwoest was in 66 hield hij daar een paar jaar halt.
Van beroep was Lucas scheepsarts. Tijdens een van de lange zeereizen moet hij Paulus hebben ontmoet. Het klikte, ze hebben veel besproken. Paulus was Joods wetsgeleerde, en vervolgde aanvankelijk vol vuur de nieuwe sekte van de Jezusmensen. Maar Paulus heeft een bekeringservaring beleefd, en was met blindheid geslagen. Inderdaad: zoals Lucas in het verhaal van vandaag beschrijft hoe wetsgeleerde Zacharias met stomheid geslagen was.
Beiden, zowel Paulus als Zacharias, moeten in stilte dan wel in donker pas op de plaats maken - om te leren verwerken wat hen overkomen was.
Na die Paarse periode van inkeer, laten we het hun Advent noemen – barstten ze als het ware uit in activiteit. Paulus wordt een bevlogen evangelist; Zacharias deed zijn uiterste best op zijn oude dag vader te zijn en opende zich voor een totaal nieuw verhaal; een evangelie.
Het begint allemaal in een stal. Vol scheuren. En juist daardoor komt het licht door naar binnen.

Lucas beschrijft dit alles in de tijd dat diezelfde tempel waar Zacharias dienstdeed, totaal verwoest is door de Romeinse bezetting. Alleen de Klaagmuur staat nog overeind.
Lucas begon ook immers met de tijdsaanduiding “en het geschiedde in de dagen van Herodes”: dat is Herodes de verschrikkelijke, de koning die de moord op veel kinderen op zijn geweten heeft; de Herodes, wiens zoon Herodes Antipas dertig jaar later Johannes de Doper, de zoon van Zacharias en Elisabet laat onthoofden. En in het jaar dat Lucas schrijft, rond 70, is Jeruzalem verwoest.

Jochem Klepper, Paulus, Lucas, Elisabet en Zacharias kennen het donker.
En als zij iets vertellen willen over licht in de duisternis, kunnen wij er misschien wel iets van opsteken.
In elk geval een kaars…

Dat is dus allemaal geschiedenis in barre tijden, aan barre mensen.
Ongelooflijke verhalen. Verhalen van donker versus licht, negativiteit, rampen, vruchteloze hoop.
En – dan? Waarom gaat Lucas dit verhaal schrijven? Waarom gaat Paulus onderweg naar Rome?
Wat bezielde hen, om dwars tegen het donker in kaarsen te branden?
Is dit allemaal voor ons geloof-waardig?
Eerst een zijweg.
Uit dit verhaal van vandaag trekken mensen vreemde conclusies en daarmee is anderen pijn gedaan. Lucas heeft nooit willen bewijzen dat oude mensen nog kinderen zouden krijgen, “als ze maar vroom genoeg zijn”. Kom! Hij beschrijft juist dat dit een onberispelijk stel was. En hij staat naast hen; hij leeft met ze mee. Er zijn veel stellen geweest die geen kinderen konden krijgen en daar groot verdriet aan beleefden. Lucas heeft ze dat nooit willen aandoen, net zomin als hij via Maria volgende week jonge meiden aan wilde sporen om kinderen te krijgen. Lucas solidariseert zich juist met deze vrome, goede mensen.
De onvruchtbaarheid van Zacharias en Elisabet is een beproefd stijlfiguur, alomtegenwoordig in de Bijbel: Sarah, Rachel, Hanna waren evenzo kinderloos tot op late, onverwachte leeftijd; in het vervolg op het Lucasverhaal, het Bijbelboek Handelingen lezen we over de kamerling uit het verre Morenland; en vandaag is daar Zacharias die tevoren nooit vader geweest waren.
De castraat, die zwarte man was geweerd uit de tempel omdat hij “onrein” was wegens zijn handicap. In de woestijn op de weg terug naar Ethiopië krijgt hij van Filippus de boodschap dat hij in dat verre zwarte land veel mensen het evangelie mag brengen en veel kinderen zal krijgen; en dat is waar geworden, want Ethiopië is het eerste, oudste christelijke land. Via hem kennen wij de reggae!

Zacharias – zijn naam betekent: “God heeft zich herinnerd” en die naam is de meest voorkomende naam in de Bijbel: dertig Zachariassen kennen we! En bijna waren het er dus eenendertig geweest, maar juist op dat ogenblik kreeg vader zijn stem terug: “Johannes!”, riep hij uit.
Zacharias betekent zoveel als afgebeden, onverwacht kind.
Er zal lang op hem gewacht, en veel om hem gebeden zijn.
Maar zelf heeft Zacharias dus geen nageslacht. Schande en schaamte voor een priester.

Maar het gaat bij Lucas niet om die letterlijke kinderloosheid. Dat leer je door het verhaal van de castraat. Het gaat om wat onvruchtbaar is, vruchtbaar is geworden op een nieuwe manier.
Dat – dat was immers ook de eigen ervaring van Paulus, van Lucas, van Petrus en Johannes, Mattheus en Zacheüs. Hadden zij kinderen? Maar vruchtbaar zijn ze gebleken.
Zij hebben het begrepen.
De boodschap van de engel Gabriel is, dat het donker licht in zich draagt;
En dat het licht sterker is dan het donker, en dat het donker dat nimmer be-grijpen kan.
Dat de oude boom, de tronk van Jesse, weer kan gaan bloeien;
Dat er een roos ontspringen kan;
Dat we moed mogen blijven houden, moedig mogen blijven ondanks alles, en in alle omstandigheden.
Licht, aanstekelijk licht in duistere tijden.

Engelen zijn aanzeggers.
Tenslotte, voor het geval u het nog niet gezien hebt.
De engel voorop, die transparante gestalte (maar misschien moet je je bril er bij opzetten):
Die engel lacht. Net als de engel van de kathedraal in Reims: de engel lacht.
Niks geen straf, maar begrip. Gods straft met inzicht, of zoals Klepper dichtte:
Zijn duisternis is Licht.
Wees niet bang, Zacharias!
Hjalmar zal ons vocaal begeleiden als we “Amazing Grace” zingen.
Ik was blind, maar nu zie ik; ik was sprakeloos, nu kan ik zingen.

En dan kijk nog eens goed naar de Rembrandt voor op de liturgie. Twee engelen; links: duidelijk, met vleugels en al. Aan de rechterkant de engel die aanzegt, preekt. Hij of zij is transparant. Als je goed kijkt zie je dat ze lacht. Lacht, als de engel van Reims. Niets geen straf volgens Rembrandt; maar een adventsperiode van ingetogenheid die goed voor je is.
En Elisabet solidariseert zich met hem in zijn quarantaine.
Zulke engelen. We bidden dat wij dat kunnen zijn, voor elkaar.

 

 

 

 

kriklogo

 

Ds. Ivo de Jong
Pastoriedijk 198 
3195 HK Pernis

telefoon: 010-8415105
mobiel: 06-53 455 966
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Ruimte voor verschillende modules