Was ik Pasen bij ons voorgegaan dan had ik gepreekt over “Storm op zee”. Je weet nog wel: “’t Scheepke onder Jezus’ hoede”. Dan hadden we mijn lied “Er binnenin” gezongen en “U zij de glorie” ten slotte.

In het Bijbelverhaal gaat Jezus met zijn vrienden aan boord - en valt hij subiet in slaap. Dan steekt een wervelwind op. De twaalf leerlingen doen alles om boot en bemanning te redden; tenslotte besluiten ze Jezus maar uit zijn diepe slaap te halen (dat je dat kunt, rustig slapen in de storm).  Dan staat er die éne zin, recht uit het Paasverhaal: “En Jezus stond op, sprak zee en storm bestraffend toe - en zie, de storm ging liggen”. 

Opstaan is het kernwoord dat werkelijk niet slechts gebezigd werd bij het verhaal over de opstanding. Overal waar paniek is, ziekte of honger vind je opstand, opstanding of opstaan terug.

 

De zee is het theologische symbool geworden voor de oppervlakte en het wereldgebeuren om je heen (en Jezus kon er over wandelen); het vissersbootje staat voor ons lichaam. Jezus is tenslotte symbool geworden voor de ziel van het vergankelijk lichaam en die ligt in jouw vooronder te slapen: tot je hem opwekt. Zo kennen Boeddhisten het Boeddhabewustzijn, Hindu’s spreken van de Krishnakracht en Moslims erkennen net als Christenen de ziel “er binnen in”.

Dat er een onvermoede kracht/bron in jouw huis huist! Dat je haar kunt wekken uit haar sluimertoestand wanneer dat nodig is. Dat je haar trainen kunt door gebed, meditatie, dagboek, dans of muziek; door hoop, door een houding.  Jij kunt haar leren opstaan.  

Daar zou ik graag over preken. En ik zou mijn ingelijste poster mee nemen van Rembrandt’s storm op het meer; “storm at sea” in het Engels.

Het is een doek uit 1633; Rembrandt was begin 30. Het hing in het Isabella Stewart Gardner museum in Boston, waar ik het in 1980 nog gezien heb. Tien jaar later is het gestolen - en het is nog steeds niet “boven water”. Deze roof staat bekend als de grootste kunstdiefstal aller tijden. Er zijn boeken over geschreven, films en podcasts over gemaakt. 

En het hangt zowel in Pernis als ook in Schiedam. Als je op de afbeelding beneden klikt, kom je op het filmpje uit: 

Jan Stigt Tans is de direkteur van de Loopuyt destilleerderij. De familie Loopuyt was eens belangrijk in de Schiedammer NPB. Mijn vriend J. F. Kerklaan (Jack) doet er PR en rondleidingen. Zo ontdekte ik daar, tot mijn grote vreugde en verbazing, bij de boksring, voorbij de tap, ja in de direktiekamer: de viermaal vergrootte versie van Rembrandt’s doek: “Ja juist omdat het gestolen was! We willen hier onze klanten de sfeer van een ouderwetse speakeasy tijdens de drooglegging laten proeven. Het verhaal gaat immers dat het doek door de maffia of Ieren was gejat?”.

Die storm op zee, dus! Maar daar had ik voor gestudeerd. Want het wás immers helemaal geen zee: het geschiedde op het meer van Galilea. En een vissersboot? Vóór op Rembrandt’s schuit prijkt een harpoen: die had je niet echt nodig op een binnenmeer. Bovendien: Rembrandt’s Jezus slaapt niet en staat al  helemaal niet op, maar wordt door vijf kwaaie mannen de verdediging in gepraat. Vijf anderen proberen het schip tenminste nog te redden; één is misselijk van alles; eentje bidt; één figuur kijkt ons recht aan. In het vooronder kun je zelfs een vijftiende persoon ontdekken: het is Jona, die andere Bijbelse figuur die een schip met bemanning en al gered heeft. Vijftien, in plaats van dertien! Want het is Rembrandt zelf die ons in zijn blauwe kiel (en hij houdt zijn pet vast) aankijkt met een blik als: “Kijk es wat ons hier nu overkomt!”. Rembrandt is als vanouds met het bijbelverhaal aan de haal gegaan en heeft er een spotprent van gemaakt. Dat werd hem niet in dank afgenomen.  

Het waren de jaren dat in Amsterdam nog altijd, sinds de terechtstelling van Oldenbarneveldt, heftig werd gestreden tussen Arminianen en Gomaristen; tussen vrijzinnigen en orthodoxen. Een aantal van de broeders aan boord kan geïdentificeerd worden als de dominees in het Amsterdam van die tijd.

Het staat nagenoeg vast dat Rembrandt het zo juist bedoeld heeft. De harpoen op de plecht mag je namelijk lezen als verwijzing naar Joost van den Vondel’s “Harpoen” uit 1930: een hekeldicht tegen de contraremonstranten of orthodoxen. Een meisje krijgt een tweeling; een van beide kinderen is gedoemd, de ander gered. Zij hebben er alleen weet van noch schuld aan. Dan blijkt dus dat de helft van de leerlingen aan boord Jezus verhindert om op te staan, terwijl de andere helft (de vrijzinnigen) alles doet om het schuitje te redden. Het is de strijd van de vrome fatalisten (de souvereiniteit Gods) tegen de bezielde opstandelingen (de vrijheid van een christen). Het zal duidelijk zijn - ook uit andere etsen uit die tijd - aan welke kant Rembrandt staat. De vrome broeders hebben hem tenslotte verketterd en verruïneerd. 

 

De boodschap is, samen gevat: 1) Binnen in jou zit meer kracht dan je voor mogelijk houdt;

2) Oefen die en spreek haar aan; 3) Leer haar opstaan en verhinder haar niet.

Dat is de boodschap van Pasen in drie punten. Ze is broodnodig, deze dagen.

Heb het goed en wees gegroet! 

 

 

 

kriklogo

 

Ds. Ivo de Jong
Pastoriedijk 198 
3195 HK Pernis

telefoon: 010-8415105
mobiel: 06-53 455 966
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Ruimte voor verschillende modules