Geloofsafval

Wereldnieuws: op 8 maart 2020 reed een verkeerd geparkeerde pick-up truck vanaf een heuvel in op een Ahu, een Paaseilandbeeld. Volgens Camilo Rapu, zegsman namens autochtone Paaseilanders, is de schade onherstelbaar: “Moai beelden zijn heilig voor de mensen van Rapa Nui. Dit is een belediging voor een cultuur die al vele jaren aan het worstelen is om zijn erfenis en archeologie te herstellen”.

De Chileense eigenaar van de truck is aangehouden.

 

Dit is een merkwaardig bericht.

Het “Paaseiland” kreeg zijn naam van de Middelburger Jacob Roggeveen in 1722. Hij belandde er volkomen per ongeluk en verbleef slechts één dag op het eiland ter grootte van Texel.

Roggeveen beschrijft de mensen met sympathie en had grote bewondering voor de meer dan duizend beelden, die bij zijn bezoek nog recht overeind stonden. Wat waren het? Goden? Voorouders? Meer dan duizend, sommige wel 12 meter hoog! Ze stonden met de rug naar zee. Hoe waren ze daar gekomen? Er stond op het hele eiland geen enkele boom! 

Zijn bemanning maakte de kapitale blunder per ongeluk de geweren te laten afgaan; een tiental eilanders vond de dood. Erger nog was dat de Europeanen waarschijnlijk een griepvirus hebben verspreid.  Dit bliksembezoek van blanken heeft zijn impact niet gemist.

Vijftig jaar later kwam het volgende bezoek. Er was inmiddels iets veranderd: de Paaseilanders waren voor een deel van hun geloof gevallen. De voorouders hadden hen immers niet kunnen beschermen tegen ziekte; vreemdelingen waren technologisch verder ontwikkeld dan zij met hun snellere schepen en hun wapens; het leken meer op goden dan de gesneden beelden.

Alles wat voorheen vanzelf sprak: het cement van de standenmaatschappij, de bescherming van de voorouders, het was gaan eroderen. Zo zijn de goden gevallen. Nieuwe werden niet afgemaakt.

Je kunt de groeve bezoeken. Daar staan beelden zonder ogen: “een moai leeft pas wanneer er wit koraal in zijn ogen is geplaatst”. Dat wit van de ogen zie je behalve in het museum nergens meer.

De mooiste beelden staan schuin en zogenaamd levenloos in hun eigen groeve van vulkanisch gesteente. Dat is hun geboortegrond. Dat is, of er een god mee gespeeld heeft.  

 

Toen Roggeveen het eiland bezocht, was de gouden eeuw van Rapa Nui al voorbij; er stonden geen bomen meer. Misschien hebben de beelden hun eigen geloofsafval veroorzaakt doordat ze zoveel stammen nodig hadden. Wat restte was brandhout e ook dat raakt eenmaal op.

Zo kwam het, dat de vaste grond waarop de Rapa Nui leefden ging schuiven. De bevolkingsdichtheid nam af. Weliswaar bedacht men in die periode een irrigatiesysteem; voedsel (vis en knollen) was het probleem voorlopig niet; Paaseilanders waren trots en slim. Voorouders bleven het eiland kennelijk nog bewaken.

Ergens op die tijdlijn landde de Middelburger Roggeveen (geen gids die zijn naam kan uitspreken).

Eind van de 18e eeuw ging het nog verder bergaf. Er arriveerden Peruviaanse slavenhandelaren, geslachtsziekten, pokken en schapen, machthebbers en veroveraars.

Roggeveen telde ongeveer 5000 bewoners; in het midden van de 19e eeuw was er slechts nog een zestigtal. Toen kwamen de Chilenen; de taal werd Spaans, het geloof rooms.

 

Dat de beelden weer overend geholpen zijn is te danken aan verkeerde overtuigingen van mensen als Thor Heyerdahl met zijn Kon-Tiki. Heyerdahl wilde bewijzen dat de Paaseilanders oorspronkelijk uit Latijns-Amerika kwamen. Inmiddels heeft DNA-onderzoek duidelijk gemaakt dat het Maori geweest zijn die het eiland, lang geleden, bevolkten. En de beelden zijn geen herinneringen aan kosmonauten (zoals Von Däniken ons wilde doen geloven).

Inmiddels wonen er weer 8000 mensen, komen er iedere maand 12.000 toeristen en zijn er spanningen tussen autochtonen en allochtonen. Toerisme is de belangrijkste bron van inkomsten.

Voor de identiteit en de bühne doet men aan Polynesische muziek, inclusief taal, festivals en tatoeage.

Dat het een Chileen was die zijn pick-up niet op de handrem had staan, wordt breed uitgemeten met een soort beledigde onschuld.

Toch is en Paaseiland een mythische en mysterieuze plek gebleven. De beelden, “moai” blijven prachtig. Ik ben nergens zulke sympathieke goden of voorouders tegengekomen.

Je zou er, zoekend naar troost, tegenaan willen leunen.

 

Er bestaan onder de gidsen allerlei elkaar tegensprekende verhalen over de oorsprong en ondergang van de moai. Die ene week hebben we vier verschillende gidsen gehad; een marxist, een hippie, een seksist en een antropoloog. Ze vertellen allen een eigen verhaal. Ook het moderne museum vertelt het weer anders, en ik ben geneigd de lezing van het museum het meest serieus te nemen.

Die lezing is ook het verhaal dat ik ken via Rutger Bregman.

In 2017 schreef hij een artikel voor de correspondent (later opgenomen in “De meeste mensen deugen”). Dat artikel was voor mij het begin van de droom om ooit naar dat “meest afgelegen eiland van de wereld” te reizen. Het blijkt vanaf Santiago nóg eens vijf uren vliegen! We kenden het eiland ook vanwege de legendarische uitzending in 1991 van Boudewijn Büch, zo goed herinnerd dat het in deze coronatijd op 19 maart als DWDD troost-tv nogmaals is uitgezonden.

Sandra en ik hebben eenmaal terug, een bloemetje op het graf van deze verhalenverteller gelegd. Hij heeft onze wereld immers versierd.

 

We zijn er geweest. Die ene week was overweldigend en overtrof de verwachtingen.

 

Geloofsafval..

Is er een mooier, sterker beeld dan dat van een gevallen moai? Zie hoe voormalige wereldleiders van hun sokkels zijn gehaald. Het verhaal van de moai is fascinerend voor pelgrims als wij.

De moai, al zijn ze dan door Japanners, Amerikanen en Britten weer overend geholpen; al verdienen de reisbureaus er miljoenen aan: ze blijven hun geloofwaardigheid behouden.

De moai staan tegenwoordig voor geloof in de toekomst van het eiland.

In het geval van “De meeste menen deugen” staan ze voor Rutger Bregman ’s (en mijn eigen) geloof in de uiteindelijke goedheid van mensen. Bovendien staan deze beelden synoniem voor basisvertrouwen, goden, ouders dan wel voorouders. Het is dat geloof een vertrouwen om je heen, meer da je in jezelf hebt. Dat zijn weliswaar beelden. Maar ze zijn mooi en kwetsbaar; ze zijn ernstig en troosten; ze zijn alles - behalve macho en tiranniek.

Dit soort beelden en voorbeelden hebben we nodig. We hebben historici nodig als Rutger Bregman. Mensen die de geschiedenis herschrijven en ons voorbereiden op een betere toekomst. We hebben versierders en vertellers nodig als Boudewijn Büch. Van deze verbeelding kun je maar beter niet afvallen. Van dat geloofsafval wordt een mens namelijk cynisch en eenzaam.

 

Een rots, een eiland - zonder Pasen.  

 

Dit verhaal op youtube? Klik: 

 

 

 

 

kriklogo

 

Ds. Ivo de Jong
Pastoriedijk 198 
3195 HK Pernis

telefoon: 010-8415105
mobiel: 06-53 455 966
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Ruimte voor verschillende modules