Stomheid komt bij dominees tegenwoordig wat vaker voor. Vroeger, toen we de gemeente nog voor moesten gaan in geloof, was daar minder sprake van. Maar deze week gebeurde het weer een paar keer dat ik niet wist wat te zeggen.

Het was een gezin waar het lot had toegeslagen. God of lot? De mevrouw vroeg waarom het de een harder treft dan de ander. Ik moest het antwoord schuldig blijven en flapte er uit: “Als ik daar een antwoord op had, was het beroerd gesteld met mijn geloof..”.

Even bleef het stil. Toen keek ze me gerustgesteld aan. “Gelukkig”, zei ze.

Ik was voor een moment met stomheid geslagen. Of, met goede reden. 

 

Er staat een prachtverhaal in de bijbel over Elia. Het komt iets voor de koele bries (1 Koningen 19).

Elia heeft er geen zin meer in; Elia begeert te sterven. Hij legt zich neer tegen een bremstruik. Dan komt er een engel en zet bij zijn hoofdeinde en koek en een kruik water. Elia wordt wakker, ziet het, eet en drinkt - en gaat verder slapen. Maar daarna komt die engel nog eens met koek en kruik. Praten doen ze niet. Je zou toch zeggen dat de engel heel wat heeft uit te leggen.

Maar Elia eet en drinkt. En dan gaat hij toch weer verder.

Ook Engelen zijn wel eens koekenbakkers.

 


Deze week vond ik bij het opruimen van mijn kamer een bewogen foto.

Opa, twee kleinzoons en ik, aan tafel.

Het was ergens aan het begin van mijn loopbaan. Ik was bij de familie geroepen omdat oma plotseling tijdens het doppen van de boontjes was overleden.

Zoals dat vaker gaat in traditionele gezinnen, leunden beide mensen op elkaar als twee speelkaarten. Hij deed de auto en het werk; zij de keuken en de belasting. Ze vulden elkaar naadloos aan.

Maar nu was ze plotseling gestorven.

Die avond, schemertijd was het, probeerde ik hem te spreken over zijn vrouw. Maar praten ging hem niet goed af. Er vielen lange en moeilijke stiltes. Toen schonk hij de koffie in, gezet door zijn schoondochter.

En dat ging helemaal mis: de koffiefilter viel op het schone tafelkleed.

“Verd.., kan ik ook al niet”, schoot het er uit.

Het bleek de eerste keer dat hij zelf koffie inschonk.

We gingen toen maar naar de boerderij ernaast, naar de zoon en schoondochter. Het gesprek kwam er op of de kleine jongens wel mee moesten naar de begrafenis. Het was geen gewoonte. Ik bezwoer dat het voor hen belangrijk was (en ook voor hun grootvader).

De begrafenis was op dinsdag. Zaterdagochtend daarvoor kwam ik terug - met een pak appeltaartmix. Appels, boter en eieren waren op de boerderij. 

Toen hebben hij en ik samen een appeltaart gebakken. Iedereen die dat wel eens gedaan heeft, weet dat het veel, maar makkelijk werk is.

Tijdens het kneden kwamen de woorden. De taart ging nog bijna mis toen het oventje te klein bleek voor de springvorm. Dat probleem hebben we goddank kunnen oplossen met een natte theedoek.

Toen de taart gelukt was, belde de man zijn kleinkinderen. Het is die scene die op de foto staat. En we dronken een bakje troost door opa gezet.

De jongens hadden tekeningen gemaakt voor oma, en voor opa.

En dinsdag hebben ze opa’s hand vastgehouden bij het graf.

 

Vier jaren later nam ik afscheid van mijn eerste gemeente. Het mooiste kado dat ik kreeg was, u raadt het al: Een appeltaart. Met de bewuste, bewogen foto. En hij zei: “De volgende week begon ik aan de makroni. En nou lukt het me moet ik zeggen wel aardig”.

 

Als ik later voor de rechterstoel des HEEREN moet verschijnen, en hij werpt me voor wat ik allemaal wel en niet gedaan heb en dat het er dus niet best voor mij uitziet, pas dan trek ik mijn geheime wapen: de kaart van de appeltaart. En ik weet nu al: Gods zal er totaal door laten overtroeven. God, met stomheid geslagen - door een koekenbakker!

“Die koek redt jou het leven”, zal hij zeggen.

Dan mag ik verder, naar Elia. En samen zullen we de lof zingen over de koekenbakkers op aarde. 

Overigens: Koekebakker heet mijn favoriete romanfiguur. De bedenker "wist het ook niet" (...). 

 

Mevrouw

In een vorig artikel schreef ik over koeken en bakkers. Ditmaal vertel ik het eveneens Waar Gebeurd Verhaal over een vrouwelijke bakker. De meesten van mijn kerkje wisten haar voornaam niet; we kenden haar als Mevrouw Bakker.

Mevrouw Bakker was een op-en-top Groningse vrouw van (boeren)stand. Sinds 1956 woonde de familie in Velp. Haar man was hier hoofdonderwijzer. Drie dochters hadden ze. Mevrouw Bakker dirigeerde de huishouding. Zonder klagen en vragen.

 

Bij ons in de NPB Velp voelde zij zich thuis. Ik, die geboren ben in het jaar dat zij lid werd, leerde haar kennen toen ze nog actief deelneemster van de ouderenbezoekgroep was. Graag bracht ze eigenhandig opgekweekte stekken naar oude mensen. Ook op mijn vensterbank stond lange tijd een Abutylon van haar hand. “Even nog mevrouw Bakker water geven”: ik heb het vaak gedacht.

Toen zij ziek werd, stond mevrouw Bakker haar mannetje. De dokters hebben geen deemoedige patiënt aan haar gehad. Evenmin bleek ze een mak schaap voor haar pastor: ik hield me niet altijd aan haar regels. Ik zit bij voorbeeld liever aan de keukentafel dan in de mooie kamer.

Maar het bedenkelijkste was toch mijn haar, want niet alleen mijn agenda is soms in de war. Steevast begon mijn bezoek met de verzuchting van haar kant : “Zeker weer geen kam?” - gevolgd door mijn verzoek om nog eens “met haar tien geboden” mijn wilde haren glad te strijken. Pas daarna vertelde ze over het wel en wee van haar lichaam en daarna vroeg ik hoe met naar haar ziel gaat.

“Zal ik me nu nog wel of toch maar niet laten opereren? Ik weet het niet..”.

“Volgens mij weet U het allang”, zeg ik.

Ze kijkt me vorsend aan. Ik zeg: “Dat voel ik door uw schoenen aan”. Die dag droeg ze namelijk een paar opvallend vlotte stappers.

Ze kijkt naar de grond - en grinnikt goedkeurend.

 

De laatste tijd van haar leven lag mevrouw Bakker in het hospice. Zoals gewoonlijk inspecteerde ze nog altijd eerst mijn haren en pas daarna kon het over God en de wereld gaan.

In die dagen overleed mijn oude Groningse tante Grietje. De begrafenis zou in de Groningse taal gaan. De avond tevoren belde ik een uur lang met de verpleging in Nieuwe Schans: Tante Grietje had op haar kamer een Groningse versie van het “Blijf Mij Nabij” (lied 392 LvK) staan.

Dus werd dat mooie lied gezongen tijdens de dienst. Het is inderdaad een tekst om in te lijsten.

Na afloop mocht ik hem mee naar huis. Ze kreeg een plaats naast de Abutylon van mevrouw Bakker. En zo kwam ik op het idee.

 

Het zal tien dagen voor haar afscheid geweest zijn dat ik het lied mee nam naar haar kamer.

Ze keek er even naar, knikte, en vroeg of ik hem in haar la wou leggen, bij de andere spulletjes. En ditmaal heb ik haar de tien geboden op het voorhoofd gelegd.

Op zaterdag overleed ze. Die middag belde een van de dochters op met haar verhaal.

Spreken kon moeder de laatste dagen niet meer maar vlak voor ze ging wees ze haar dochters met haar ogen op de tekst in het kastje en duidelijk gaf ze de wens aan om het te horen voorlezen.

En daarna overleed ze.

Het lied is ook op haar begrafenis gezongen:

Blief bie mie, Heer. Dag is zowat veurbie

‘t wijdonkert al, blief Ie toch stoef bie mie  

‘k bin zo benaauwd, en helpen kin gain ain

Wees Ie mien helper, loat mie nait allain..

 

Een paar maanden later kwamen de drie dochters bij mij op visite. Het huis was aan kant, en ze hadden een aantal boeken aangetroffen die mij wellicht zouden interesseren. Bovendien hadden ze een pakje bij zich, waarvan de inhoud in mijn ogen makkelijk te raden viel: een fles wijn.

“Nee, pak hem maar uit”, lachten ze me toe.

Het was moeders wens geweest om dit na haar dood mij te doen toekomen: “Maar we moesten ze eerst allemaal wel door de afwasautomaat doen, dat heeft ze er uitdrukkelijk nog bij gezegd”.

Er zaten VEERTIG kammetjes in.

 

Voor ik u op gedachten breng: Denk niet dat ik voortaan mijn wilde haren op orde heb. Daarvoor zijn mij de tien geboden te lief.

PS: Ze heette trouwens Koos (Jacoba Titia van Dam). En hier onder: het lijstje met het lied van ta' Griet. 

kriklogo

 

Ds. Ivo de Jong
Gedempte Zalmhaven 651
3011BT Rotterdam

telefoon: 010-8415105
mobiel: 06-53 455 966
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.