Die zondagmorgen in de kerk van Oudshoorn, zondag na Pasen, hadden we mijn lied “Er Binnen In” nog gezongen. Het derde couplet gaat zo: 

“Een eitje van Columbus, maar dan de kluts weer kwijt

Eureka Archimedes – verschrikkelijke spijt

Het hollen en het stilstaan, en daar geen woorden voor

Het zoeken zonder vinden – en gaat dat al maar door?

Maar alle, alle malen, in weer en tegenwind

Als alles even stil werd – onverwacht bemind..”

Het was een prachtige dienst over Emmaüs.. Over het missen (van een beminde); over een vreemdeling die zich openbaart “als alles even stil werd”.

Die zondag belandde ik daadwerkelijk binnen in mijn eigen lied. De tekst is ontstaan naar aanleiding van het verhaal van de storm op zee – en Jezus ligt in het ruim van het scheepje (“er binnen in”) te slapen, terwijl iedereen in paniek is.

Dat je die Jezus in jou dan wakker moet maken; dat is de boodschap van het liedje.

Ik had twee moslimvrienden mee genomen naar de Oudshoornse kerk. In mijn auto terug naar Rotterdam spraken we enthousiast verder (“Het was of er een aanwezigheid voelbaar was”, zei mijn vriend Redouan). Bij mij thuis hebben we nog gelunched. Zij zouden oorspronkelijk ook mee naar “mijn” vesper in de Laurens. Maar omdat Rachida maandag ineens bleek te moeten werken, leek het verstandiger om die middag al te vertrekken naar hun huis in Hasselt.

Zo nam ik afscheid van haar en Redouan en dacht dat het verstandig was maar even mijn zondagmiddagslaapje te doen.. Togakoffer, liturgieën en preek al klaar op de gang gelegd wekker op vijf (dan kon ik nog een helft PSV – Ajax kijken).

De vesper in de Grote Laurens, bij mij om de hoek, begon om zeven uur.

 

Om tien over acht werd ik wakker.

Ik had me verslapen. Voor een avonddienst..!

Als ik me nu die ochtend voor Oudshoorn verslapen had: Allah - dat was menselijk geweest.

Maar een vesper missen, en nog wel in de Laurens? 

Ik moet terugdenken aan die keer (alweer dertig jaar geleden) toen we met een aantal onbekenden rond een kampvuur zaten. Het gespreksonderwerp kwam op onze grootste missers. Die jonge student die vertelde over zijn liefde voor Mahler. Hoe hij op de tweede rij in het concertgebouw van het langzame deel zat te genieten. Het was een radio opname, niemand die kuchte.

Toen moest hij verzitten, en viel zijn sleutelbos uit zijn broekzak.

“Ik wou dat ik vloeibaar was”, zie hij. En wij schaterden, plaatsvervangend. 

 

Had ik daar  nu weer gezeten, dan had ik mijn kerkelijke ervaring Oudshoorn–Rotterdam mee gedeeld: “Eureka, Archimedes / Verschrikkelijke spijt”. Hoogte – en dieptepunten, die elkaar zo afwisselen dat je van je hoofd in de wolken (die morgen hadden mijn moslims me nog de hemel in geprezen)weer knetterhard met beide benen op de grond beland . En hoe je dan beseft, dat ook jij maar een mens van uitersten bent.

Hoe komt zoiets, en hoe ga jij er mee om? Het is tenslotte de nachtmerrie van  elke predikant.

Wel (antwoord op de eerste vraag): ik had het stevig druk gehad en al nachten achtereen te weinig slaap genoten (ik citeer: “het hollen en het stilstaan, en daar geen woorden voor”).

Mijn biologisch klokje bleek zo afgesteld, dat ze weet dat zondagmiddag haar werkweek voorbij is. Die avond nog een keer een dienst bleek niet in haar instinkt opgenomen. En zo - ben ik er ingestonken.

En (tweede vraag) dominee (DOM-inee) Ivo: “Hoe ga jij er mee om?”  

Eerst: verbijsterd. Dan – angstig op mijn antwoordapparaat kijken. Blijk ik mijn mobiel sinds Oudshoorn op stil te hebben gezet. Staan er vier gesproken berichten op de voicemail: organist, koster, ouderling van dienst, en mijn voorzitter van de vrijzinnigen Rotterdam: “Of alles wel goed met je is, want we maken ons toch wel een beetje zorgen”. Manmoedig heb ik alle vier terug gebeld. Zij moesten lachen; ik (nog) niet. Het deed mij dus terugdenken aan die ervaring rond het kampvuur, met die sleutels.

Daarna belde ik mijn moeder en een aantal vrienden om stoom af te blazen.

Zij kwamen met soortgelijke troostrijke ervaringen.

Het zijn engelen voor me geweest. Dat zag ik pas in toen ik het avondmaal gebruikte (met een goed glas wijn).

Inmiddels is het weer “stil in mij” geworden. Deze column schrijf ik op Ameland, waar ik traditioneel, met mijn familie, de meivakantie (“mij-vakantie, Samenland”) vier. Het is vroeg in de ochtend, ik zit buiten, hoor grutto’s. Iedereen hier slaapt nog; dadelijk fiets ik naar zee.

En voel me eindelijk weer be-aamd en bemind. 

Even geleden zat ik in diezelfde Laurens tijdens De Mattheüs. Het was er zo overvol, dat ik alleen maar helemaal achterin (in het schip van het koor van de kerk) nog een plekje vond. Ik zei nog tegen een vriendin: “Over twee weken mag ik hier, op deze plek in het schip de vesper doen, en dan zijn er vast niet zoveel mensen”.  

Dat klopte, sprak de ouderling-van-dienst: er waren tien mensen geweest, en hij kende hen allemaal bij name.

De schade was  dus een beetje mee gevallen. Ik heb nu bijna alle aanwezigen kunnen bellen over mijn afwezigheid. Dit stukje zend ik ze, samen met de ongepreekte preek, nog na.

Ameland, Koningsdag 2017 

(foto van Van en mezelf, na het schrijven van dit artikel) 

(Er binnen in - het lied) 

 

(en op de volgende pagina de preek zoals ik die had willen doen in de Laurens:)

 Vesper Laurens Emmaus 2017

 Voor: De ets van Rembrandt, Emmaus. We kennen het verhaal ook uit het Boijmans, Van meestervervalser Han van Megeren. Maar Rembrandt is orgineler (…).

Er zijn niet veel bijbelscenes die Rembrandt vaker geëtst of geschilderd heeft, dan dit verhaal.

Er bestaat zelfs een schilderij waarop hij Jezus heeft geschilderd op het moment van zijn verdwijnen; het magische ogenblik dat hij herkend wordt – en dus verdwijnt. Op weer een ander doek zie je de lege plek en de verbijsterde leerlingen. Waar het volgens Rembrandt om gaat, is thema van deze ets:  Jezus incognito.

De afstand tussen de twee mannen is, als je Jezus weggumt, precies de afstand tot elkaar die twee mannen nodig blijken te hebben als ze met elkaar optrekken: je kunt elkaar net niet slaan met een uitgestrekte arm.

De Jezusfiguur loopt te dicht tussen hen in, alsof Rembrandt hem pas later heeft aangebracht.

Het is: de gestalte, die met je mee loopt, met je optrekt, met je mee leeft.

En je ziet hem niet, je weet het niet, je wist dat niet; pas in retrospect, ja achteraf zeg je iets als:

‘‘Brandde ons hart niet toen hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’’

Pas achteraf, terugkijkend, besef je hoe gezegend jij bent.

 

Dan is dit verhaal een les in bewust leven: jij weet niet alles, het kan best zijn dat er engelen op je pad zijn, dat God vlakbij is, dat Jezus met je oploopt. Er is geen gesloten systeem. Laathet open, blijf lopen, blijf – hopen.

Dat tenminste was de ervaring van Rembrandt. Hij heeft het niet makkelijk gehad in zijn leven, Rembrandt, en toch - kennelijk heeft hij deze boodschap willen doorgeven: Let op, kijk goed, wees bewust, open je.

“Ik heb sterk de indruk dat ik er niet helemaal alleen voor sta”, etst Rembrandt.

 

Dat is ook de boodschap van Lucas. In het begin staat er: ..twee leerlingen, waarvan een Kleopas heette.

Zijn vrouw was, zo weten we, een van de drie Maria’s die op Paasmorgen naar het graf was getogen en het leeg aantrof. We weten ook dat deze drie vrouwen niet geloofd werden door de aanwezige leerlingen, waar echtgenoot Kleopas er dus eentje van was..  

Kleopas, dus en zijn oudere vriend. Mensen met een gemis, die later achterom kijken, en dan merken dat er altijd een aanwezigheid geweest is - ongrijpbaar.

 

Dit Bijbelverhaal is geschreven voor, en door mensen, die er inmiddels achter gekomen zijn, dat verlangen bij je existentie hoort, dat je die pijn, die heimwee, dat verlangen het met je mee-draagt:

“Verlangen, zonder te weten waarnaar”, noemt mijn lievelingsschrijver Nescio dat.

”Mens” is geen mens zonder dat “pijnlijk begenadigd zijn’, zonder “levenslang geboortepijn”.

Bij ouderen blijkt het verlangen een gedomesticeerde heimwee, een intrinsieke melancholie:

het besef zelf on-af te zijn (voeger noemden ze dat: zondig).

Mensen die in retrospect beseffen dat het leven niet maakbaar is, maar misschien toch een patroon kent.

 

Wij herkennen ons in het verhaal van de Emmaüsgangers.

Wij herkennen ons in die kreet, die mantra, dat Kyrie van Lucas:

“Blijf bij ons, want de nacht zal komen..”.

Zij kunnen het niet alleen, dat weten ze; en zelfs niet getwee; alleen maar met God die zich mee deelt komen ze tot vervulling. Dat is een hele bekentenis. Daar wil je niet meteen aan, zeker niet als je jong bent, en de bomen tot in de hemel groeien, en alles nog moet kunnen..

Deze Bijbel is geen boek voor een doorsneeleven. De Bijbel is een boek voor uitersten.

Die enorme spanning tussen Goede Vrijdag en Pasen; dood en opstanding; Kyrie en Gloria:

Dat zijn de spanningen waartussen een gelovig mensenleven zich afspeelt.

Het komt mij voor, dat je, eenmaal doordrongen van de joods-christelijke traditie, dat je leeft tussen grotere uitersten dan wanneer je gewoon een seculier leven leidt.

Wil je een tevreden leven, hou je dan verre van de Bijbel. Veel mensen wapenen zich tegen zo’n verlangen wekkende, brandende figuur. Maar - wanneer je, sadder & wiser, gaat beleven wat er in de Bijbel staat, als het je grammatica wordt - en dat is voor velen van ons geworden, ook al zijn we niet kerkelijk meer - dan verbreed je daarmee jouw menselijke ervaringshorizon naar beide kanten; hoogte en diepte, einde en begin.

Genesis komt er bij; jij hebt jezelf niet gemaakt.

Openbaring komt er bij; jij kunt het antwoord niet vinden, het moet gegeven worden.

Iets anders dan wij, iets ouders, groters, eeuwigers - we noemen dat: God -

heeft het eerste en het laatste woord.

Weten van de uitersten van het bestaan, dat die nog verder uiteen liggen dan leven en dood - en dat je dat niet in handen hebt of in de vingers krijgt -  Dat is de prijs, en de winst van geloven.

Je krijgt meer hoop, en meer vertwijfeling; meer geluk en meer ongeluk.

Geloof maakt het leven niet makkelijker, o nee. Intenser, dat zeker, Onzekerder ook.

Geloof is de reden waarom je WAAROM roept. Waarom is een gelovige vraag.

Geloof is vaker de pleister, dan de wond.

 

Dat verhaal van de Emmaüsgangers..

Eenmaal in aanraking gekomen met een ideaal of een mens als Jezus, blijft dat je standaard, je visioen, je bril.  Geloof is een ideaal dat pijn doet: je weet van beter, je beseft je menselijk tekort.

Eenmaal de liefde ervaren, ga je niet voor minder.

Er zijn mensen die zich er nooit aan zullen wagen; zij missen iets essentieels denk ik.

 

Het verhaal dat we lazen is als een lied.

Er staan zoals zo vaak in de Bijbel regels in die je kunt lezen als een mantra, als basisregels:

 ‘‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.’’

Blijf bij ons Heer, want d’avond is nabij - daar inderdaad komt dat prachtige lied vandaan - Abide with me.

Ook Luther maakte van die tekst zijn avondgebed, we baden bij aanvang. De woorden komen van hier.  

 

Misschien krijg je zonder verlangen ook geen antwoord. Als je niets zoekt, zul je ook NIETS vinden - en zelfs als het antwoord voor de hand ligt, zie je het niet. Dit wordt bedoeld met “zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.”

 

Soms heb ik ook het gevoel dat we gestuurd worden, om als een Jezus, of als een engel, een eind met iemand mee te lopen. Gestuurd, gezonden, geroepen.. Het is ook voor ons niet duidelijk, hoe alles in wezen verloopt. We kunnen dat ook beter open laten, en dan pas achteraf herkennen waar het om ging.

(Credocard – Bonjour monsieur  Gauguin)

 

Zo, in de pijn, in het verlangen, ergens tussen de alfa en de omega van de tijd in, en van het begrijpen - want het zal je altijd te boven gaan, en ontsnappen;

Daar kan het gebeuren bij het vallen van de avond (van je leven, van je tocht) dat je een glimp opvangt, altijd anders dan ik dacht -

 

Hou dus moed, en geef niet op. En blijf goed kijken.

Eindigen we met die prachtige zin - die Lucas en Kleopas tenslotte moed gaf:

 

 “ De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was

en hoe hij zich aan hen kenbaar had  gemaakt door het breken van het brood.”

 

Orgelspel

Luthers avondgebed:

Heer, blijf bij ons,
want het is avond en de nacht zal komen.

Blijf bij ons en bij Uw ganse kerk
aan de avond van de dag
aan de avond van het leven
aan de avond van de wereld.

 

Blijf bij ons
met Uw genade en goedheid
met Uw troost en zegen
met Uw woord en sacrament.

 

Blijf bij ons
wanneer over ons komt
de nacht van beproeving en van angst
de nacht van twijfel en aanvechting
de nacht van de strenge, bittere dood.

 

Blijf bij ons
in leven en in sterven
in tijd en eeuwigheid.

 

 

 

 

kriklogo

 

Ds. Ivo de Jong
Pastoriedijk 198 
3185 HK Pernis

telefoon: 010-8415105
mobiel: 06-53 455 966
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.